De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.
  • Start
  • Natuuronderzoek
  • Webinar - In de voetsporen van Van Ooststroom en Reichgelt, een speurtocht naar woladventieven langs de Grensmaas

Video's

In de voetsporen van Van Ooststroom en Reichgelt, een speurtocht naar woladventieven langs de Grensmaas

Laatst aangepast vrijdag, 19 maart 2021, 13.55 u.

Sipke Gonggrijp (collectiebeheerder bij Hortus Alkmaar en amateur botanist) brengt een overzicht van bijzondere adventieve planten die de afgelopen vijf jaar werden gevonden langs de Grensmaas. Door werkzaamheden binnen het project ‘Ruimte voor de rivier’ kwam een deel van de oude zaadbank aan het licht, wat leidde tot de vondst van soorten die hier vanaf de jaren ’50 door de botanici van Ooststroom en Reichgelt werden beschreven.

Deze functionaliteit is uitgeschakeld door je cookie policy instellingen.
Je kunt deze instellingen aanpassen op de cookie policy pagina.

In de voetsporen van Van Ooststroom & Reichgelt, een speurtocht naar woladventieven langs de Grensmaas - Sipke Gonggrijp, Stichting Hortus Alkmaar

Jan Mampaey
Vlaanderen is misschien wat klein om het over natuur en biodiversiteit verder te hebben en daarom gaan we voor onze volgende spreker eventjes de Maas over. En we doen dat heel voorzichtig en we gaan ook maar net aan de overkant van de Maas kijken. En we gaan luisteren naar Sipke Gonggrijp die als enthousiast florist zichzelf bekendmaakt op zijn Twitteraccount en die werkt als collectiebeheerder bij de stichting Hortus in Alkmaar en die niet live aanwezig is hier maar die de presentatie vanuit zijn woonkamer aldaar gaat geven.
Nu, Sipke is plantjes gaan zoeken langs de Grensmaas en wat stelde hij vast: dat door de werkzaamheden binnen het project “ruimte voor de rivier” er oude zaadbanken terug aan het licht zijn gekomen en dat er een aantal soorten die lang verdwenen geweest zijn maar die wel in de jaren ‘50 ooit door een aantal botanici met de welklinkende namen als Van Ooststroom en Reichgelt werden beschreven en die sindsdien weg zijn maar door werken aan de rivier kunnen we daar terug, kunnen we dit nu terugvinden, alvast aan de Nederlandse kant van de Grensmaas.
Goed, Sipke ik geef bij deze graag het woord aan u. Ik hoop dat je het in Nederland kan aannemen van mij.

Sipke Gonggrijp
Dank u wel. Welkom. Ontzettend leuk dat ik ben uitgenodigd om een presentatie te geven voor u allen. Geweldig dat de technieken van nu het ook toestaan om op deze wijze elkaar te ontmoeten.
Ik zal mezelf even voorstellen want de meesten van u zullen mij geheel niet kennen. Ik ben dus Sipke Gonggrijp. Ik ben woonachtig in Egmond aan Zee. Dat ligt ter hoogte van Alkmaar, samen met mijn vriendin en haar dochter van 19. Ik ben werkzaam op de Hortus in Alkmaar. Daar ben ik de collectiebeheerder. We hebben een botanische tuin waarbij het accent ligt op voornamelijk medicinale en geneeskrachtige planten. Ik ben verantwoordelijk voor het onderhoud van de tuin en één van mijn voornaamste taken is het in leven houden van de bestaande collectie. Ik doe dat voor vier dagen in de week met ontzettend veel plezier met een klein team en de overige tijd besteed ik voornamelijk aan de wilde flora. Ik kom eigenlijk in bijna heel Nederland maar ik heb wel een voorkeur voor de zuidelijke helft van Nederland. Ik kom veel in Zeeland, in Brabant, in Limburg. En in Limburg bezoek ik dan niet zozeer de pareltjes zoals dat heet, de kalkgraslanden die rijk zijn aan orchideeën maar ik ben meer te vinden langs de Grensmaas. Ik hou eigenlijk van dynamische milieus zoals de kust, de kustlijn, het rivierengebied en het stedelijk gebied. Ik heb een zwak voor de adventief-flora en deze presentatie zal dan ook een presentatie zijn waarbij ik die adventief-flora laat zien van de afgelopen vijf jaar. Ik ben de afgelopen vijf jaar erg veel langs de Grensmaas geweest om daar lekker rond te struinen en heb daar allerlei bijzondere planten ontdekt.
Hier op de foto staat Viltige klaver, Trifolium Tomentosum, een klaver uit Zuid-Europa en die heb ik afgelopen voorjaar gevonden bij Grevenbicht. Dat is vlakbij een oude grindgroeve en na herinrichting van een rivierbed zijn daar allerlei bijzondere planten gevonden, daar straks over meer.
De aanleiding van al die vondsten heeft te maken met dit. We weten allemaal wel de overstromingen in de jaren ’90; in 1993 en 1995 strandde niet alleen het water buiten de rivierbeddingen langs de Rijn en de Waal en de Ijssel maar ook zeker langs de Grensmaas. Verschillende dorpen kwamen deels onder water te staan. Dit is bij Itteren in 1995. Heel veel wateroverlast en heel veel schade en om dat eigenlijk in de toekomst te voorkomen heeft de overheid samen met het bedrijfsleven en natuurorganisaties een plan getrokken en dat om allerlei projecten uit te voeren waarbij niet alleen maar de dijken hoger werden gelegd maar eigenlijk juist de rivier meer ruimte kreeg. Het gezamenlijke project heette dan ook “ruimte voor de rivier” en werd op verschillende locaties uitgevoerd aan de Belgische zijde onder andere bij Hochter Bampd, u allen misschien wel bekend. Prachtige rivier, natuur nu ontstaan en aan de Nederlandse zijde voornamelijk begonnen bij Meers. Later volgden Borgharen, Itteren, Geulle aan de Maas. Recent zijn opgeleverd ook Grevenbicht, Nattenhoven. Dat is prachtig mooi geworden bij Visserweert. Allemaal projecten waarbij dus de rivier verbreedt. Ja, dat de rivierbedding zeg maar verbreed is. Daar waar plaats en ruimte was, zijn er ook nevengeulen gegraven en dat bood enorm veel mogelijkheden voor de bestaande rivierflora.
Dit is een luchtfoto van Meers en wat zo fantastisch is zijn de enorme grindbanken, banken die je hier kunt zien. Vanaf de uitvoering van die projecten is er veel meer ruimte voor die grindbanken gekomen en wat bijzonder aan deze foto is, een beetje midden in de foto ziet u dat de  Maas eigenlijk zichzelf een weg gebaand heeft door die grindbedden heen en dat zijn toch eigenlijk  hele natuurlijke processen die ja, die eigenlijk 20 jaren geleden misschien ondenkbaar waren geweest. Die ruimte voor de rivier met als effect dus enorme grindbanken bieden enorm veel plaats voor rivierbegeleidende flora.
Dit is ook bij Meers hier in het voorjaar als het waterpeil aan het zakken is. In de winter zijn die waterpijlen in de Maas natuurlijk altijd veel hoger. Dat zakt een beetje in het voorjaar en dan komen die grindbedden tevoorschijn helemaal nog kaal en schoon maar daarin besloten ligt natuurlijk een prachtige zaadbank die straks zich kan ontwikkelen en ja dit is niet alleen een beeld wat je hier aantreft bij Meers maar die kun je ook fantastisch beleven bij Grevenbicht, bij Borgharen, bij Visserweert, enorme grindbanken en ja, ik vind het gewoon fantastisch om daar ook te struinen niet persé in het voorjaar altijd even wat later want die rivierflora komt altijd wat later tot ontwikkeling. Zoals hier dat prachtige bed met de klaprozen, ook weer een foto genomen bij Meers en het is fantastisch eigenlijk wat je daar allemaal kunt ontdekken aan soorten. Heel veel soorten hebben veel meer kans gekregen om zich te ontwikkelen. Wilde flora zoals Wilde Marjolein en Peperkers, Slanke Mantelanjer, allemaal best wel, nou ja relatief zeldzame soorten die nu veel meer kans krijgen om zich te ontwikkelen. Maar waar ik voornamelijk geïnteresseerd in ben is wat deze heren eigenlijk destijds hebben ontdekt langs de Grensmaas.
Links is de foto van Simon Van Ooststroom en rechts Theodorus Reichgelt, twee zeer gewaardeerde botanici die actief waren vanaf de jaren ‘50 tot ongeveer eind jaren ’80. Simon van Ooststroom was de eerste betaalde vakbotanicus aangesteld door het rijksherbarium eind jaren ’40 met enorme staat van dienst. Deze man heeft enorm veel gepubliceerd, heeft persoonlijk alleen al 25.000 herbariumvellen ingeleverd bij het herbarium, allemaal planten verzameld in Nederland maar ook in het buitenland. Heeft heel veel edities bewerkt van de toen nog de beknopte schoolflora wat later De Heukels werd genoemd, het standaardwerk voor de Nederlandse flora zeg maar. Samen met Reichgelt hebben ze 25 families bewerkt en geregisseerd maar waar ik ze voornamelijk van ken is Gorteria. Ze publiceerden allereerst in “De levende natuur” en in het “kruidkundig archief” maar later stonden ze ook aan de wieg van “Gorteria”, het tijdschrift voor de floristiek. Toen heette het nog “Tijdschrift ten dienste van de floristiek, de oecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland”. Hierin werden allerlei vegetatieonderzoeken gepubliceerd, determinatiesleutels werden uitgebreid behandeld, nieuwe vondsten werden toegelicht. Maar wat ik vooral ontzettend leuk vond aan Gorteria waren hun overzichten, hun jaarlijkse overzichten met de titels als aanwinsten voor de Nederlandse adventief-flora en nieuwe vondsten van zeldzame planten in Nederland. Dus jaarlijks kwam er dan zo’n overzicht van ja, alle zeg maar zeldzame en bijzondere planten in Nederland en ik vond het ontzettend leuk om te lezen. Ik heb een hele stapel bij mijn bed liggen en 's avonds pak ik vaak nog een Gorterianummer, allemaal uit de tijd van de jaren ’60, ’70, ook ‘80 en dan zit ik daar lekker in te neuzen en vooral deze overzichten vond ik altijd heel erg inspirerend. Een groot deel van die vondsten die werd dus ontdekt en gedaan door deze twee heren langs de Grensmaas en de oorsprong van die vondsten dat lag allemaal eigenlijk in de wolindustrie bij Verviers langs de vesten. Daar heeft een levendige wolindustrie plaatsgevonden van 1870 tot 1970.  Toen klapte de markt in elkaar in Europa en zo ook in Verviers maar wat bijzonder was, was dat de wol werd ingekocht uit alle continenten zowel uit Noord-Afrika als Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. En dat wol dat werd ongewassen aangeleverd en dat werd dus met spoelwater geschoond en dat werd geloosd op de rivier gewoon weer, dus alle zaden die in die vachten van die schapen hebben gezeten en in het wol die kwamen uiteindelijk terecht langs de oevers van de vesten en op de grindbanken maar de vesten die mondden natuurlijk uit op de Maas dus ook langs de Maas doken er allerlei bijzondere planten uit alle wereldstreken op en die hele periode dat was ongeveer van 1940, 1950 tot en met 1970 hebben deze heren ontzettend veel ontdekt. Na 1970 toen die industrie een beetje in mekaar klapte verdwenen eigenlijk ook al die woladventieven zoals dat heet en raakte dat een beetje verloren dus verdwenen die soorten ook uit beeld.
Ik ben afgelopen zomer met mijn vriendin naar Verviers geweest om te kijken of we nog een glimp konden opvangen van die wolindustrie en we kwamen hier bij Pepinster, een plaatsje een beetje westelijk, ten westen van Verviers. Met deze oude textielfabriek op de achtergrond, het is een monument. Ik vond het wel een heel mooi sprekend beeld: gevallen wolindustrie. Op de voorgrond ziet u Japanse Duizendknoop en dat is wel heel erg spijtig. Over de hele lengte van de vesten heeft die Japanse Duizendknoop, ja zeg maar is ie gaan groeien en is er nog nauwelijks kans voor de oorspronkelijke rivierflora om te ontwikkelen en ook langs de Maas zie je een toename van deze exoot wat wel heel spijtig is. Ja, met de uitvoering van die projecten hier bij Geulle aan de Maas en dat ging er zo'n beetje aan toe, werden de boeren eerst uitgekocht, met het land meters afgegraven en met de grindwending werden deze projecten gefinancierd en dat heeft dus overal langs die Grensmaas plaatsgevonden. Wat bijzonder is eigenlijk na afloop, na het opleveren van die projecten wat er aan natuur kon ontstaan.
Ik ben de afgelopen vijf jaar dus erg veel langs die Grensmaas geweest en de aanleiding is deze soort geweest: dit is Kogelbies, Scirpoides Holoschoenus, een soort uit Zuid-Europa en heel zeldzaam in Nederland en nog zeldzamer in België en deze werd gevonden bij Geulle aan de Maas door Arjen Ova, een Limburgse florist en ik wilde die soort wel eens met eigen ogen gaan bekijken. Het is een hele fraaie soort en sinds de uitvoering van al die projecten heeft deze soort ook veel meer kans gezien om zich te settelen dus het gaat best wel aardig goed met deze soort, in ieder geval langs de Grensmaas.
Als we even kijken naar het verspreidingskaartje in Nederland dan zie je links dat er maar 25 kmhokken zijn in Nederland waar deze soort zo'n beetje voorkomt en als je kijkt naar Limburg dan zie je dat de meeste kmhokken echt langs de Grensmaas liggen en dat heeft allemaal te maken met die uitvoering van die projecten dus dat is toch wel heel erg bijzonder.
Tijdens mijn bezoek aan deze Kogelbies in 2016 stuitte ik op de terugweg op een hele bijzondere rus: Juncus Imbricatus, dit is een rus uit Zuid-Amerika en imbricatus betekent dakpansgewijs, die bloemen die staan een beetje gerangschikt en die kunnen een klein beetje elkaar overlappen, dat betekent dus dat imbricaat. Een hele bijzondere rus, komt nauwelijks voor in Europa, is adventief in Europa, komt onder andere voor in Spanje en in Portugal is ie gemeld maar toch alweer een tijdje geleden. Dus het is wel heel bijzonder om deze soort dan langs de Grensmaas te vinden. Hij is ook langs de oever van de vesten destijds een keer gevonden in de jaren ’20. Dat materiaal heb ik zelf mogen bekijken in de plantentuin van Meise dus dat is toch wel heel erg leuk. Het jaar daarop in 2017 wilde ik deze plant toch ook graag bloeiend aantreffen dus ging ik weer op bezoek bij Geulle aan de Maas en tijdens mijn tocht stuitte ik op een hele reeks andere russen dus daar was toch echt wel iets aan de hand. Deze russen die kwamen uit Australië en ik had dat materiaal verzameld omdat, ik zou het weekend daarop zou ik in België op excursie gaan samen met Filip Verloove verbonden met de plantentuin in Meise u allen misschien wel bekend of nou ja, goed. In ieder geval samen met Filip en Rutger zouden we dus bezoek brengen in België aan verschillende gebieden maar ik had dus materiaal meegenomen van die Australische russen om te laten zien en daar was hij zo enthousiast over dat hij vroeg van kunnen wij niet na die excursie alsnog een bezoek brengen aan Geulle aan de Maas om deze russen te gaan bekijken en dat hebben we gedaan.
Dat was dus in 2017 in augustus, hier op de foto met Juncus pallidus, het is een rus uit Australië. Ik vond dus een reeks van soorten uit Australië en dit is een van de hoogste russen in de wereld. Deze kan echt hoog worden. Dit is een soort grote grove Pitrus die kent u misschien wel met een soortgelijk beeld: stevige groene glanzende stengels die wel 8 mm in doorsnede kunnen zijn en over de lengte gesproken, ik ben zelf zo’n beetje 1,73 m en deze steken nog wel 30 cm boven mij uit dus die russen die kunnen wel 2 m hoog worden. Was ongekend imposant om die soorten aan te treffen. Nou was het wel zo in 2017 hebben we best wel een wat korte maar strenge vorstperiode gehad en daar kunnen die Australische soorten toch niet heel erg goed tegen dus het waren enorme pollen die eigenlijk aan volume hebben ingeboet na die winter en afgelopen winter nog maar net achter de rug ben ik toch ook wel benieuwd hoe die Australische soorten zich houden. Ik wil u een aantal soorten laten zien die ik daar heb gevonden.
Om te beginnen even een foto van de stengeldoorsneden. Om die Australische soorten op naam te brengen is het heel erg belangrijk om een stengeldoorsnede te maken en u ziet eigenlijk verschillende soorten, waarbij het merg er anders uitziet: of gevuld of met grote grove kamers of met hele kleine kamers of met nauwelijks kamers en dat is wel heel erg belangrijk voor de determinatie van deze soorten. We hebben de monografie van Kirschner en dat is hét werk om de russen in de wereld op naam te brengen en die Australische soorten zijn echt hele moeilijke materie. Allereerst wil ik deze even laten zien: dit is Juncus ingens en we hebben hem de Nederlandse naam Reuzenrus gegeven maar dat is nog niet officieel. Dit is daadwerkelijk de allerhoogste rus. Hier staat ie ongeveer 1,50 hoog bij Geulle aan de Maas maar in Australië kan ie een hoogte van 4,5 meter bereiken. Dat is echt heel imposant, weliswaar moet hij daar wel voor in het water staan. Het is ook de enige rus die ik heb meegenomen voor onze eigen collectie in de Hortus in Alkmaar en daar heb ik hem in de vijver gezet om te kijken of ie daadwerkelijk ook uiteindelijk die hoogte kan gaan halen. Bijzonder aan deze soort is dat deze tweehuizig is dus de rus heeft zowel aparte mannelijke planten als aparte vrouwelijke planten. Dit betreft een mannetje, aan de rechterkant kunt u dat zien. U ziet alleen maar meeldraden; 6 meeldraden en in het hart van de bloem ziet u geen stijl dus geen vruchtbeginsel, dus er ontwikkelt zich ook geen capsule. Toen ik deze vondst op social media plaatste toen waren mensen wel bang dat er weer een invasieve exoot bij zou komen vanuit Engeland en ik kon ze geruststellen dat ze hier niet zo bang voor hoefden te zijn omdat als deze rus toch tweehuizig is dan moet je toch echt een vrouwelijke plant hebben om voor een voortplanting te kunnen zorgen dus daar hoeven we ons voorlopig niet zorgen om te maken. Het is de eerste vondst buiten Oost-Australie dus dat is toch wel heel bijzonder.
Dit is Juncus australis, Australische rus en typisch aan deze soort is dat die beetje variabel is, de kleur van de stengels is een beetje grauwgroen. Als je een stengeldoorsnede maakt dan zie je dat die nauwelijks merg heeft, het is bijna helemaal leeg met hier en daar wat flinters merg. Hij heeft geclusterde bloeiwijze die heel typisch zijn en als je naar het verspreidingskaartje kijkt dan zie je dat die best op wat kmhokken al voorkomt. Ik heb hem nu vanaf dus 2017 in 10 kmhokken gevonden.
Dit is Juncus edgariae. Dit is geen soort uit Australië maar dit is een soort uit Nieuw-Zeeland met prachtige glanzende stengels en deze soort is nog maar recent beschreven in de literatuur dus door Johnson, na 2000 nog maar. Deze soort is ook opgedoken in Engeland, men wist toen nog niet dat het deze soort betrof. Met terugwerkende kracht is dat gedetermineerd en wij zijn het tweede land in Europa waar deze soort is opgedoken. Typisch aan deze soort zijn dus die sterk glanzende stengels. Je kunt het eigenlijk al een beetje bovenin de foto zien en de kleine geclusterde bloemen en ja, in 8 kmhokken al langs de Grensmaas gevonden en eigenlijk allemaal naar aanleiding van die projecten die zijn uitgevoerd.
Ik wil deze even laten zien, dit is Juncus aridicola. Het is een hele fraaie soort met een prachtige blauwgroene zweem, grote dikke stengels, een beetje slap maar met een mooie transparante bloeiwijze. Kan niet zo goed tegen onze winters. Als het heel streng vriest dan gaan toch veel planten dood maar verrassend genoeg heb ik, is het toch de rus die ik het meest heb gevonden langs de Grensmaas en ook zelfs bovenin 90 km stroomafwaarts heb ik hem bij Broekhuizenvorst langs de Maas gevonden dus dat is toch wel heel bijzonder. De vraag is die meest noordelijke stip op de kaart is dat dan vanuit de bronpopulaties dat die dan al uit langs de Grensmaas groeien of komt dit toch weer uit de oude zaadbank op? Dat zijn vragen die we nog niet kunnen beantwoorden.
Wat overigens ook heel bijzonder is: aan beide kanten van de Maas zijn dus al die projecten uitgevoerd dus ook aan de Belgische zijde maar we hebben nergens langs de Belgische Maas deze Australische russen en dat is toch eigenlijk wel heel vreemd. Wel aan de Nederlandse zijde van de Grensmaas maar niet aan de Belgische zijde terwijl soortgelijke projecten zijn aan beide kanten uitgevoerd. Nu is het wel zo dat aan de Nederlandse zijde hebben ze het op een iets andere wijze gedaan onder andere zijn er meer nevengeulen gegraven en in nevengeulen, zeker als het een beetje kleïig is, blijken heel geschikt voor deze Australische soorten te zijn.
Juncus acutus dat is geen Australische soort maar het is een Zuid-Europese soort, komt ook trouwens in Afrika voor, komt ook aan de kusten van Engeland voor. Een hele mooie rus, behoort tot de groep van de zeeënrussen, prachtige grote capsules van 5, 6 mm groot. Grote pollen die behoorlijk kunnen steken en deze soort is verwilderd in Australië en Nieuw-Zeeland en daar beschouwen ze hem als invasief en wordt hij ook echt bestreden. Het vee dat daar rondloopt heeft echt last van deze soort omdat die plant zo ontzettend kan steken dus daar wordt ie echt bestreden. Deze rus is ook nieuw voor de Benelux. Hij is recent een keer opgedoken vreemd genoeg in een tuin in België heb ik vernomen van Filip Verloove maar het is toch wel een hele grappige vondst en ik vermoed dat deze soort dus ook meegekomen is niet zozeer met wol uit Zuid-Europa wat zou kunnen maar eerder toch met wol uit Australië en Nieuw-Zeeland.
Grevenbicht, nou je ziet hier een prachtige foto, mooi weer met prachtige grindbedden en zo is het eigenlijk op heel veel locaties nu te beleven maar wat bijzonder aan Grevenbicht is, is dat er rechts van u op de foto staan bosjes, daar is de oude grindgroeve en zowel Van Oostroom en Reichgelt hebben regelmatig een bezoek gebracht in die jaren dat ze actief waren aan die grindgroeven. Daar lag een grindgroeve bij Grevenbicht en er lag een grindgroeve bij Itteren en juist die grindgroeven die bleek ontzettend interessant voor die adventief-flora. Ze hebben daar een enorme waslijst aan bijzondere vondsten gevonden destijds en Grevenbicht is aan het eind van 2019 opgeleverd en ze hebben ook aan de binnenzijde van die grindgroeve werkzaamheden verricht waardoor die oude zaadbank naar boven is gekomen en allerlei planten weer zijn kunnen ontkiemen.
Ik wil met u een aantal dingen laten zien die wij vanaf eind 2019 hebben gevonden. Dit is even een overzichtje van zo'n dag dat ik dan langs Grevenbicht ben geweest. Dit is waarnemingen.nl waar ik al mijn waarnemingen invoer. Je ziet er verschillende bijzondere vondsten staan, meestal rood gemarkeerd, in rode letters aangegeven. Gedrongen klaver, Erodium crinitum, Bilzekruid, dus dat zijn allemaal hele leuke soorten.
Allereerst even twee soorten die al langer volkomen langs de Grensmaas: links is Kleine honingklaver; Melilotus indicus en rechts is Ruige rupsklaver. Beiden zijn al veel langer bekend langs de Grensmaas en duiken nu alleen wat frequenter op door uitvoering van die projecten. Ruige rupsklaver wordt als inheems beschouwd maar ik heb daar eigenlijk best wel mijn twijfels over. Ik denk dat die altijd al een adventief karakter heeft gehad in Nederland en zeker langs de Grensmaas moet gewoon van oorsprong een woladventief zijn geweest die alleen ontzettend goed weet stand te houden over de jaren dus het is eigenlijk de meest constante klant zeg maar die jaarlijks opduikt langs de hele Grensmaas dus dat is toch wel heel erg leuk.
Trifolium glomeratum, Kluwenklaver, deze soort komt uit Zuid-Europa, is recent opgedoken op campings. We hebben heel wat campings onderzocht. Recent is daar een prachtige publicatie over verschenen samen met Filip Verloove en Rutger Barendse en nog een paar mensen. Van oudsher dook deze soort dus ook op in de tijd van Reichgelt en Ooststroom. Een echte woladventief ook. Typisch aan deze soort zijn de teruggeslagen kelken hier op de foto te zien, soms met witte bloemen, soms met roze bloemen. Nou Kluwenklaver slaat eigenlijk op dat de bloemen in kluwens staat en de bloemen zijn dus vaak ongesteeld, ontspruiten in de bladoksels en is gewoon een hele fraaie klaver om aan te treffen die dus vroeger zowel langs de Grensmaas werd gevonden als op de bedrijventerreinen van de textielfabrieken in Tilburg en bij Helmond.
Dit is een vrij onooglijke klaver, dit is Trifolium cernuum maar willen hem u toch eventjes voorstellen. Knikkende klaver is de Nederlandse naam. Dat slaat op de bloeiwijze nadat de bloemen zijn uitgebloeid dan lengen de vruchtstelen zich iets en slaan de bloemen om en dit is een hele bijzondere vondst omdat deze soort eigenlijk nog maar 1 keer is opgedoken, ook op een bedrijventerrein van de textielfabriek in de tijd van Van Ooststroom en Reichgelt in Tilburg. Ook deze klaver komt uit Zuid-Europa en ja het is toch ontzettend bijzonder om deze soort aan te treffen. 
Nog een klaver: Trifolium suffocatum, dit is Gedrongen klaver. Dat gedrongen dat slaat op ook weer de bloeiwijze die voornamelijk in het hart van de plant ontspruit. Deze heb ik ontdekt in 2017 op campings. Een twintigtal campings uiteindelijk blijken deze soort te herbergen en was toen nieuw voor Nederland maar ik was toch wel heel verrast deze klaver ook bij Grevenbicht aan te treffen. Deze was ook niet bekend uit die tijd van Van Ooststroom en Reichgelt dus dat was toch wel heel leuk om een nieuwe soort te vinden voor de Grensmaas. Het is een soort uit Zuid-Europa en het is eigenlijk ook niet gek dat ze hem destijds niet hebben gevonden. Als de heren een bezoek brachten aan de Grensmaas was dat meestal wat later in het seizoen. Dat waren vaak excursies en soms op afspraak mochten ze dan ook de grindgroeve bezoeken maar dat deden ze altijd wat later in het seizoen en deze klaver die bloeit gewoon relatief vroeg dus die is dan al helemaal verdwenen want het is een eenjarige soort en heeft ie al zaad gezet en dan zie je er nauwelijks nog wat van dus dat is niet zo gek dat ze deze soort over het hoofd hebben gezien. Maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze soort niet in die tijd is opgedoken.
Nog een hele bijzondere klaver: dit is Trifolium angustifolium met de Nederlandse naam Smalbladklaver, nou dat slaat natuurlijk echt op dat smalle blad dat kunt u hier ook op de foto zien. Het is een hele fraaie soort uit Zuid-Europa. Er zijn nauwelijks vondsten bekend in Nederland. Mijn collega Rien Ondersteijn heeft ‘m in 2019 gevonden hier bij Grevenbicht. Ik vond hem afgelopen voorjaar hier. Rutger Barendse heeft ‘m ooit aan de Belgische zijde gevonden bij Cothen. Het is een hele fraaie soort dus dat is toch wel heel leuk om die aan te treffen.
Zo’n beetje de laatste klaver: dit is Trifolium hirtum. Ik vond, de linkerfoto, zo trof ik de plant aan, niet alleen het rood aangelopen is typisch maar eerlijk gezegd eerder het bladpatroon wat afwijkend was. Als ik zo'n plant vind dan google ik heel wat afbeeldingen af om te kijken of ik een match heb. Ik had direct eigenlijk een match met deze soort. Ik heb hem thuis opgekweekt en ja het bleek dus inderdaad Trifolium hirtum te zijn. Deze soort die komt wijdverbreid in Spanje voor en heel erg lokaal in de rest van Zuid-Europa dus ja, nieuw voor Nederland en België dus een ontzettende leuke vondst om aan te treffen.
Dan een aantal Rupsklavers. Niet alleen klavers blijken langlevend zaad te hebben maar ook Rupsklavers. Eigenlijk de hele familie van de vlinderbloemigen hebben zaden die heel erg lang kunnen leven. Die kunnen wel tientallen jaren oud worden en ook krachtig zijn. Dit is Medicago laciniata. Laciniata slaat op het ingesneden van het blad en Slipbladige rupsklaver wordt hij wel in het Nederlands genoemd. Ik vond deze soort per toeval langs de oever van Grevenbicht in 2018 en in datzelfde jaar vond ik hem ook bij Borgharen en wat bijzonder was op 50 jaar was deze Rupsklaver niet gevonden langs de Grensmaas. Dit is ook echt een woladventief en ja, het is dan zo bijzonder om deze soort dan weer eens een keer aan te treffen langs die Grensmaas. Hier bij Grevenbicht vonden we een tiental planten, soms wel 80 cm in doorsnede, die maakt dus een enorme mat, gewoon heel fraai. Deze soort kent twee vormen onder andere de vorm waarbij het blad diep ingesneden is en de vruchtstekels wat langer zijn, hier rechts op de foto. En een vorm, dat is een vorm waarbij het blad dus niet ingesneden hoeft te zijn en waarbij de stekels van de vruchten heel kort zijn. Beide vormen troffen we dus aan in Grevenbicht.
Dit is Medicago praecox; typisch aan deze soort zijn de enorme kleine blaadjes en de vruchten die hebben een hele brede rug en zijn nauwelijks gegroefd. Een onderscheid met Ruige rupsklaver die dus hele duidelijke gegroefde vruchten heeft. Ik hoopte deze soort eigenlijk al eens aan te treffen langs de Grensmaas. Ja dat was dus dit voorjaar ook gelukt. Er zijn een paar vondsten bekend in de tijd van Van Ooststroom en Reichgelt, ook weer langs de Grensmaas gevonden onder andere bij Meers maar ze vonden ook deze soort inderdaad wel eens op die textielbedrijven.
Een hele fraaie soort is Lotus hispidus; een eenjarige Rolklaver. De groep van deze eenjarige Rolklavers die allen uit Zuid-Europa komen, is best wel lastig om op naam te brengen. Je moet dan kijken naar de onderdelen van de bloem en de vruchten om juist op naam te brengen. Ontzettend leuk om deze soort hier bloeiend aan te treffen. Wij kennen deze soort eigenlijk alleen maar als potplantadventief. In België noemen ze dat geloof ik containeradventief en ja, dit is toch een heel spontane wilde vondst.
Eén van de fraaiste soorten die we hebben aangetroffen bij Grevenbicht is Erodium crinitum, een blauwbloeiende Reigersbek. Nou dat kennen we eigenlijk in Europa niet. Deze soort komt dan ook voor in Oost-Australië. Rien Ondersteijn mijn collega die vond hem in 2019 in het najaar bij Grevenbicht, een paar rozetten die niet bloeiden. In het voorjaar van 2020 had ik het geluk om ze bloeiend aan te treffen. Ik was net op het juiste moment. Pollen van 30, 40 cm in doorsnede, ontzettend fraai om te zien, een tiental planten. Ik had echt geluk omdat, ik was een week later weer op dezelfde locatie en toen was alles weg, alles was verdwenen. Daar loopt daar vee rond onder andere paarden en koeien en die hadden de planten geheel opgegeten en soms dus zelfs uitgetrokken dus ja, ontzettend jammer dat op deze manier geen verdere zaadzetting kan plaatsvinden maar ontzettend leuk om deze zone natuurlijk wel te hebben gevonden. Ik vond hem niet alleen hier bij Grevenbicht, ook op een voormalige grindplas nabij Maastricht heb ik deze soort aangetroffen met twee exemplaren en wat het zo bijzonder maakt is dat de laatste vondst in Nederland dateert alweer uit 1964 en ja, dan is het natuurlijk wel ontzettend leuk om dit soort adventieven nu weer te ontdekken in de voetsporen van Van Ooststroom en Reichgelt, refereert ook echt aan die tijd van die woladventieven en ja, we mogen daar nu dan weer even een glimp van opvangen van wat wat ze toen allemaal hebben gevonden en hebben ontdekt.
Nog een hele bijzondere vondst dat is Tarasa tenella, familie van de Kaasjeskruidfamilie en deze vond ik eind 2019 in oktober geloof ik, oktober, november. Net de eerste knoppen open zoals op de foto te zien is. Ik had de plant meegenomen en thuis verder opgekweekt maar afgelopen jaar had Filip toch nog wel wat twijfels over de determinatie en ik had gelukkig de plant nog niet opgestuurd naar Naturalis want ik stuur al mijn gedroogde exemplaren naar het herbarium van Naturalis. Ik had hem nog thuis liggen en ik kon hem nog onderzoeken onder de binoculair en ik kwam daar toch nog een paar vruchten tegen en die vruchten zijn toch wel heel noodzakelijk om deze soort op naam te brengen. Filip had contact gezocht met een deskundige in Zuid-Amerika; Jennifer Tate die ook het genus heeft gereviseerd en zij bevestigde dan ook deze vondst en wat leuk is is dat je op het kaartje kunt zien dat er dus een stip nu in Nederland staat en dit is de enige vondst in Europa. Dit is toch wel één van de leukere vondsten om dan zo aan te treffen.
Dan een Lamiaceae; een lipbloemige; Dracocephalum parviflorum. Deze soort komt uit Noord-Amerika en schijnbaar is het ook een woladventief. Ik had deze plant al eens eerder gezien tijdens die excursie met Rutger Barendse en Filip Verloove bij Genk, dus ik herkende de plant. Ik heb een paar planten meegenomen en opgekweekt en je ziet wat voor prachtige bloemen d’r uit komen, vooral die schutbladen die zijn fantastisch mooi dus ontzettend leuke vondst om nu eens een keer aan de Nederlandse zijde te vinden.
Een andere Amerikaan is Malvastrum americanum, ook weer familie van de Malvaceae, de Kaasjeskruidfamilie. Filip Verloove heeft ook deze soort aan de Belgische zijde gevonden, was daar heel erg enthousiast over. Een aantal jaren geleden bracht hij me daarvan op de hoogte en nu was het dus raak bij Grevenbicht, een tiental planten. Wat deze soort typeert zijn dat de bloemen in aren groeien. Normaal zijn de bloemen individueel dus solitair maar deze groeien in aren, een fantastisch mooie soort. Helaas, we hoopten dit voorjaar eigenlijk ook weer planten aan te treffen maar de droogte heeft enorme impact gehad op al die adventieven dus we vonden nog een heel klein exemplaar afgelopen jaar maar dat was het maar het is toch wel heel erg leuk om deze soort eens in levende lijve tegen te komen.
Dit is een vondst van Erik van Dijk, een collega van ons die ook bij Grevenbicht deze plant vond: Dichondra micrantha, familie van de Winde, een soort die uit Oost-Azië komt maar verwilderd is in Zuid-Europa. We denken dus dat deze soort dan ook met wol meegekomen is uit Zuid-Europa. Helaas nog geen bloemen d’r in maar we zijn er nu aan ‘t opkweken en misschien lukt het toch een keer om ‘m bloeiend te krijgen omdat er een soort is in Australië die er best wel op lijkt; Dichondra repens uit Australië lijkt er dus op maar we denken dat we toch wel zeker zitten met deze vondst.
Ik wil een beetje afsluiten met de mooiste vondst van 2020: dit is Juncus rigidus, een rus uit Noord-Afrika, Zuid-Afrika en West-Azië. Deze rus komt voor op de zoutvlaktes daar en deze vond ik op een voormalige grindplas bij Maastricht. Deze soort behoort tot de groep van de zeerussen maar het verschil zit ‘m onder andere in de helmknoppen en de lengte tot de helmdraden. Deze soort heeft hele korte helmdraden en de capsules die zijn veel spitser. Wat deze vondst zo ontzettend bijzonder maakt is dat het mogelijk op dit moment de enige vondst binnen Europa is. In het verleden werd ie wel gevonden op de eilanden in de Middellandse Zee maar dan spreken we voor 1900 en het is toch wel bijzonder dat je dan zo'n soort hier aantreft op zo’n grindplas. In contact met Filip vertelde hij me dat hij toch vermoedt dat dit ook een woladventief is omdat ook wol uit Noord-Afrika werd geïmporteerd en verwerkt in Verviers dus dat zou goed mogelijk kunnen zijn.
Ik wil graag afsluiten met deze soort; dit is geen woladventief; dit is Bolboschoenus planiculmis, met de Nederlandse naam Oosterse bies. Nieuw voor de Benelux, gevonden bij Itteren en we denken dat deze soort meegekomen is met watervogels. Het is bekend dat watervogels de zaden eten van biesensoorten en dat die onverteerd het darmkanaal kunnen verlaten en dus kunnen ontkiemen en op deze manier koloniseren ze dus nieuwe gebieden en deze rus, enfin deze bies komt honderden kilometers ten oosten van Nederland voor en is toch wel heel bijzonder om hier langs de Grensmaas aan te treffen. Ik heb hem ook recent aangetroffen aan de Belgische zijde bij Hochter Bampd dus daar komt ie nu ook voor, moeten we alleen nog mooi materiaal verzamelen.
Ja, dit was even een overzicht van mijn presentatie van de afgelopen vijf jaar dat ik dus allerlei bijzondere planten heb gevonden, planten die voor een deel ook in de tijd van Reichgelt en Van Ooststroom werden gevonden en een deel nieuw. Je ziet dat door de ontwikkeling van de Grensmaas dat dat kansen biedt niet alleen voor de oorspronkelijke wilde flora maar toch ook voor die adventief-flora en dat is toch wel ontzettend bijzonder. Hiermee wil ik graag eindigen.

Jan Mampaey: dankjewel Sipke. Heel interessant verhaal. Ik was wat verrast dat je zelfs tot in Wallonië ging om uw verhaal op te bouwen.

Sipke Gonggrijp: ja.

Jan Mampaey: er zijn een aantal vragen die we ondertussen onszelf hebben gesteld hier in Limburg. Er komen er misschien nog een aantal binnen dus ik zou nu graag met jou wat vragen overlopen maar ik wil eerst vragen of het mogelijk is dat je de screenshare uitzet dan zien wij jou in volledig beeld. Dus onderaan heb je een groen bolletje normaal ergens of een tekentje “share screen” en dat moet je uitzetten.

Sipke Gonggrijp: oh ja, even kijken hoor. Stop share staat er, klopt dat?

Jan Maempaey: ja, ja dat is wat we moeten hebben. Perfect.

Sipke Gonggrijp: OK.

Jan Maempaey: OK. Goed, dan zie ik jou ook wat beter want anders zie ik jou maar op een heel klein beeldje.

Sipke Gonggrijp: ja.

Jan Maempaey: ik heb er een aantal vraagjes nog voor jou.

Sipke Gonggrijp: OK.

Jan Maempaey: nu staan er Galloways en konikpaarden die vooral langs die Grensmaas lopen en wij vroegen ons af van kunnen eigenlijk die dieren ook die rol van die schapen, want om die woladventieven verder te verspreiden en daar te houden, kunnen die die rol overnemen? Hoe schat je dat in?

Sipke Gonggrijp: nee, ik denk het niet. Wat zo bijzonder was met uitvoering van die projecten en in het bijzonder Grevenbicht omdat dat een oude grindgroeve was die dus bekend stond om zijn woladventieven, is het gewoon een unieke kans geweest dat die werkzaamheden recent zijn afgerond en dat die zaadbank naar boven is gekomen. Ik verwacht gewoon dat al die woladventieven  eigenlijk nauwelijks stand kunnen houden dus die zullen ja, misschien komend jaar zullen nog misschien een paar soorten zichtbaar zijn maar daarna verdwijnen ze gewoon weer ja, in de ondergrond zeg maar. Dus ze zullen weer, er zal weer actief in die ondergrond moeten gegraven worden om die soorten te activeren.

Jan Mampaey: OK. Dan heb je eigenlijk al een stukje de volgende vraag die gesteld werd beantwoord. De vraag was is het de verwachting dat veel van deze soorten binnenkort ook weer gewoon verdwijnen? Spreken we over tijdelijke natuur of tijdelijke biodiversiteit en dat kan je eigenlijk alleen maar bevestigen dan?

Sipke Gonggrijp: ja, ja klopt ja. Ja, het is wel zo dat met de hoge waterstanden elke winter die grindbanken nogal verplaatst worden en met het verplaatsen van die grindbanken komt er elke keer een nieuwe laag van die zaadbank weer naar boven dus in principe kun je telkens weer verrast worden wat je aan, in dit geval die woladventieven kunt aantreffen. Maar het geldt niet alleen voor die woladventieven, dat geldt eigenlijk voor ook de flora die er echt oorspronkelijk thuishoort. Elk jaar kan het weer verrassend zijn wat je kan aantreffen, dat maakt het ook zo leuk.

Jan Mampaey: OK dus da’s een verder pleidooi voor een dynamische rivier.

Sipke Gonggrijp: ja, ja zeker.

Jan Mampaey: een bedenking maar misschien is dat dan loos alarm. Je hebt ook een aantal Australische soorten, een aantal Zuid-Amerikaanse soorten. Dan zijn hier meteen een  aantal mensen die schrik krijgen van oei, zitten daar misschien ook invasieve soorten tussen? Zijn er bij die in aanmerking komen om ooit invasief hier te zijn of helemaal niet?

Sipke Gonggrijp: ik ben er zelf niet zo ontzettend bang voor. Leni Duistermaat, natuurlijk verbonden met Naturalis, die stelde mij ook deze vraag toen ik Juncus pallidus vond, dat was de foto die Filip in zijn hand had, van ja, gaat dat dan problemen opleveren? En toevallig deze soort heb ik nog maar op drie locaties ontdekt langs die Grensmaas. Ik wil er niet te veel vanavond over uitweiden omdat ik ga in december een presentatie geven helemaal specifiek over deze Australische soorten omdat ik een hele reeks heb gevonden. Het is lastig te bepalen of die soorten echt op de lange termijn bestendig zijn. Een aantal soorten hebben de winters goed doorstaan en staan er nog steeds. Dus nu na vijf jaar nog steeds maar we zullen het moeten zien of dat zo is.

Jan Mampaey: ja OK. Even kijken. Goh, ik heb, voorlopig komen er geen extra vragen binnen, ik kijk ook even rond. Een bedenking die ik mezelf wel maakte was misschien is dat een typisch Nederlands fenomeen: je verwees heel vaak naar campings waar dat je allerlei soorten gaat zoeken. Bestaat er ook zoiets als campingadventieven was ik mezelf aan het bedenken of soorten die je typisch terug kan vinden op campings en misschien als je het even ver door redeneert zijn dan de mensen die daar komen kamperen ook wel een soort schapen die eigenlijk die soorten voortbrengen of ben ik compleet fout?

Sipke Gonggrijp: helemaal niet. Ik vind het ontzettend leuk dat u die vraag stelt want wij hebben er samen met de Belgen een uniek artikel geschreven, publicatie afgelopen december uitgebracht over ons onderzoek van honderden campings in Nederland en België waarbij we een 40-tal bijzondere soorten uit Zuid-Europa specifiek op die campings hebben aangetroffen en het verhaal gaat niet alleen over het aantreffen van die soorten maar ook of ze bestendig zijn en de campingterreinen ook gaan verlaten dus het is een uniek artikel geworden ja, omdat er nergens in de wereld en ook niet in Europa zo'n publicatie verscheen waarin zo’n goed onderzoek heeft plaatsgevonden. De afgelopen vijf jaar hebben we intensief gezocht met enorme verrassende resultaten wat toeristen zeg maar meenemen aan zaden en ontkiemen op die standplaatsen waar caravans en campers en tenten staan.

Jan Mampaey: OK. Dus eigenlijk ja, toeristen als schapen.

Sipke Gonggrijp: jazeker.

Jan Mampaey: zo kan je het ook benaderen.

Sipke Gonggrijp: ja.

Jan Mampaey: OK maar dat is dan de moderne versie duidelijk hé van die woladventieven.

Sipke Gonggrijp: ja.

Jan Mampaey: ondertussen nog een vraag die mij wordt toevertrouwd: Watercrassula kan bestreden worden met rolklaversoorten. Kan je, weet je daar iets meer over?

Sipke Gonggrijp: dat lijkt …

Jan Mampaey: of slaat dit nergens op?

Sipke Gonggrijp: nee, ik denk dat het mij heel erg sterk lijkt. Watercrassula is nauwelijks te bestrijden omdat, hij heeft nogal een brede niche die die inneemt van oeverplant tot, hij kan, het is bekend uit de literatuur dat ie meters diep zelfs nog kan groeien. Dat zou je niet zeggen van zo'n heel klein minuscuul plantje wat een beetje vettig aandoet en een matje maakt; maar hij kan enorme matten maken en ontzettend bestendig, dus ook langs de Grensmaas heb ik hem op een paar plekken wel gevonden. Wat daar bijzonder aan is, is dat die soort ook wel weer verdwijnt juist door die rivierdynamiek dus dat is dan in dit geval een voordeel.

Jan Mampaey: we kregen een beetje hoop met jou beschrijvingen van die rolklaversoorten dat we daar misschien potentieel hadden die ook matten maken en overwoekeren op die standplaatsen.

Sipke Gonggrijp: nee nee.

Jan Mampaey: nee. OK.

Sipke Gonggrijp: nee.

Jan Mampaey: goed. Even kijken of dat er ondertussen nog vragen binnen zijn gekomen is mij hier, ik  ik denk het niet.

Sipke Gonggrijp: ja.

Jan Mampaey: goed dan denk ik dat we ook, wacht nog één vraag. Ah ja, de soorten die je terugvindt zijn vooral russen, klavers, rolklavers. Zijn eigenlijk al bijeen nog maar een beperkt aantal families die, waarom net die families die je als woladventief terugvindt?

Sipke Gonggrijp: het zijn inderdaad ongeveer drie families waar wij constant die soorten terugvinden. Dat heeft te maken met het feit dat die zaden dus langlevend kunnen zijn. Die zaden kunnen makkelijk wel 50 jaar oud worden en als ze weer boven komen door activiteit, door menselijke activiteit en kunnen ontkiemen dan zijn ze, ze zijn dus dan nog kiemkrachtig. Voor russen geldt hetzelfde: die zaden dat is ook wel bekend, die kunnen 50 tot 100 jaar kiemkrachtig blijven. Wat eerder vreemd is van die Australische russen is dat in die periode dat die wolindustrie floreerde, dat men nauwelijks vondsten heeft langs die vesten en langs de Maas van die Australische soorten. In de collectie van Meise liggen vier exemplaren: twee Australische soorten en twee Zuid-Amerikaanse soorten, allemaal in de periode van 1920 gevonden en dat is het dan. En het is wel vreemd dat nu dus die Australische soorten in ieder geval aan de Nederlandse zijde zo zijn opgedoken ja, daar hebben we gewoon geen antwoord op behalve dan dat de inrichting van de rivier een milieu schept die nu geschikt is voor die russen en dat dat misschien vroeger niet zo was.

Jan Mampaey: OK, dan wil ik graag hiermee afronden. Ik wil u heel hartelijk danken voor heel dit verhaal te brengen. Ik heb heel wat bijgeleerd zowel over schapen als over mensen die campings bezoeken en ja, ik wens je nog een fijne avond en ik hoop je verder nog eens te zien op een moment dat we terug gewoon fysiek bij elkaar mogen komen.

Sipke Gonggrijp: u ook een fijne avond en bedankt voor de uitnodiging ook. Hartstikke leuk.

Jan Mampaey: graag gedaan. Ik wil ook nog even algemeen melden dat de presentaties worden opgenomen en dat we gaan proberen om die in de loop van volgende week ook online te zetten. Alle mensen die zich nu hebben ingeschreven krijgen dan ook de link doorgestuurd.
Morgen hebben we het over vogels met Henk Sierdsema en Paula Ulenaers en verder rest mij nog u gewoon allen een goede avond te wensen en hopelijk tot morgen.

  • Start
  • Natuuronderzoek
  • Webinar - In de voetsporen van Van Ooststroom en Reichgelt, een speurtocht naar woladventieven langs de Grensmaas