De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.

Video's

Webinar - Het Albertkanaal als natuurverbinding voor vleermuizen

Laatst aangepast donderdag, 25 maart 2021, 16.57 u.

Wout Willems coördineert het vleermuisonderzoek bij Natuurpunt Studie en ondersteunt de Vlaamse vleermuizenwerkgroep. Hij licht toe hoe het Albertkanaal een rol speelt als natuurverbinding voor vleermuizen. Recent onderzoek met vleermuizendetectoren ging niet enkel na welke soorten het kanaal gebruiken als natuurverbinding, maar ook wanneer en hoe. Ook de connectie met de gebieden in de omgeving werd onderzocht, en de verbinding met de mergelgroeven in Riemst als winterslaapplaats.

Deze functionaliteit is uitgeschakeld door je cookie policy instellingen.
Je kunt deze instellingen aanpassen op de cookie policy pagina.

Het Albertkanaal als natuurverbinding voor vleermuizen – Wout Willem

Jan Mampaey:
En wij gaan verder over vleermuizen. Want je kan je de vraag stellen… waarvoor wordt het Abertkanaal gebruikt. Het zou een vraag kunnen zijn uit de les aardrijkskunde uit de lagere school. En het juiste antwoord zou dan zijn van transport van goederen over het water van Antwerpen naar Luik. Vanavond willen we daar een tweede juist antwoord aan toevoegen. Het Albertkanaal dient als een natuurverbinding voor vleermuizen. Of die leerkracht aardrijkskunde daarvan op de hoogte is, dat weet ik niet. Maar wij zijn wel blij dat we Wout Willems bij ons hebben om ons daar toch wat meer uitleg over te geven. Want al 20 jaar geleden ging hij hier in Limburg op zoek naar uitwerpselen van vleermuizen op kerkzolders en hij is dat blijven doen, die vleermuizen bestuderen. En hij werkt nu als coördinator van het vleermuizenonderzoek bij Natuurpunt Studie en ondersteunt op die manier de Vlaamse vleermuizenwerkgroep. En hij gaat ons nu even verder uitleg geven over het Albertkanaal als natuurverbinding voor vleermuizen. Wout, aan jou…

Wout Willems:
Dank u wel. Ja, goedenavond iedereen.

Slide: Inleiding: vleermuizen en kanalen

‘Het Albertkanaal als natuurlijke verbinding voor vleermuizen’, het is een hele titel. Nu, ik ga eerst graag kijken van wat weten we al uit de vroegere tijden voordat we eigenlijk begonnen met een beetje meer onderzoek te doen van die vleermuizen op het kanaal.

Slide:
Inleiding: vleermuizen en kanalen 
Waterlopen: gekende ‘hotspots’ voor vleermuizen.
Iets wat alvast geweten is, is dat de vleermuizen heel graag op waterlopen langskomen. Waterlopen zijn echte hotspots voor vleermuizen. Iemand die al een keer naar vleermuizen is gaan kijken en een detector heeft meegepakt, die weet, als ik een watervleermuis wil zien, ik kan naar een waterpoel of een waterloop gaan en zet mijn detector op. En ik vind daar veel vleermuizen, onder andere de watervleermuis die ik graag heb. Het is sowieso iets wat al bekend was dus het Albertkanaal zal waarschijnlijk ook een of ander belang hebben voor vleermuizen.

Slide: Inleiding: vleermuizen en kanalen  Levenscyclus van vleermuizen: functie van waterlopen kan variëren in functie van tijd.
Nu, een tweede ding wat heel belangrijk is, vleermuizen hebben een heel speciale levenscyclus. Dat betekent dat als je een waterloop hebt waar vleermuizen op zitten, in de loop van het seizoen kan eigenlijk de functie van die waterloop voor vleermuizen veranderen. Ik kan misschien eventjes toelichten met volgend puntje.

Slide: Inleiding: vleermuizen en kanalen  Albertkanaal vormt een rechte lijn richting mergelgroeven (zwerm- en overwinteringslocaties).
Want je hebt daar bijvoorbeeld het Albertkanaal. Door zijn ligging is hij eigenlijk heel specifiek. Hij vertrekt daar in Antwerpen en loopt dan in rechte lijn - voor vleermuizen vast een soort van snelweg die ze zouden kunnen volgen - richting mergelgroeven in het uiterste puntje van Limburg, in Riemst, Kanne enzovoort. Die mergelgroeves zijn bekende overwinteringsplaatsen voor vleermuizen en ook zwermlocaties. Een overwintering , dat is duidelijk, het wordt herfst en het insectenaanbod vermindert. De vleermuizen hebben geen eten niet meer, het is heel logisch, ze gaan naar ergens een plaatske om de winter door te brengen. Zwermen is iets wat daar minder verband bij houdt. Vleermuizen, de mannetjes en de vrouwtjes, leven eigenlijk heel het jaar gescheiden. Maar die moeten elkaar ook een keer tegenkomen natuurlijk. Ze doen dat tijdens de zwermperiodes. In de nazomer vliegen die vleermuizen ’s nachts naar de zwermlocaties. Over het algemeen is daar ook een winter-verblijfplaats, bijvoorbeeld aan de mergelgroeves. De vleermuizen vliegen daar naartoe en komen ’s avonds toe . De oudere dieren leren de jongere dieren de locaties kennen. Ondertussen is er ook sociale interactie en tegen dat het terug ochtend is, vliegen die vleermuizen terug weg en overdag vinden we zo goed als geen vleermuizen meer terug in onze groeve. Dus dat is zwermgedrag. Dit is niet tijdens de winter, wel in de nazomer, en een klein beetje in het voorjaar.

Slide: Inleiding: vleermuizen en kanalen  Kennislacunes rond gebruik Albertkanaal door vleermuizen.
Nu, dat zijn dingen die we allemaal weten, maar het juiste gebruik van het Albertkanaal is nog een groot kennislek, want welke vleermuis vliegt juist langs het kanaal? Wanneer vliegen ze daar? Voor welke functie vliegen ze daar? Waarschijnlijk door die mergelgroeve is dat een heel belangrijke verbinding voor vleermuizen maar het fijne weten we er niet echt van. Dat is ook de reden waarom we zeiden dat we hier dringend meer kennis over nodig hebben. Dat heeft dan geleid tot een project waarbij we de verbindingsfunctie van het Albertkanaal onderzochten voor vleermuizen, uitgevoerd door Natuurpunt Studie, de Vleermuiswerkgroep en ondersteund door de provincie Limburg.

Slide: Project Vleermuizen langs het Albertkanaal en omgeving in Limburg.
Dit beeld ga ik een aantal keren terug laten zien, het is een beetje het overzicht van wat er allemaal onderzocht is geweest en hoe dat we het hebben aangepakt. Dus je ziet 2 verschillende soorten types detectoren. Langs de linkerkant heb je de SM4BAT, dat is een automatische detector, dus dat betekent , ik heb mijn detector, ik plaats die ergens in het veld, ik ga terug naar huis en een aantal dagen of weken of misschien zelfs een maand later kom ik mijn detector terug ophalen en die detector schiet in gang bij zonsondergang tot zonsopgang, en dan slaat die terug af, en heel de nacht door, als die een vleermuis hoort, maakt die een kleine opname. Na een paar weken, maanden… euh paar dagen, weken of een maand haal je die terug en haal je het kaartje eruit en dan kan je zien welke opnamen er zijn geweest op welk uur en welke locatie. Daar tegenover staat de detector D240x. Dit is geen automatische maar een manuele detector. Dus daar loop je mee rond. En die kan ook vleermuizen horen en maakt op die moment een opname en die weten ook dat die vleermuis op dat plaatsje geweest is. Die 2 methodes zijn min of meer complementair. Want een automatische geeft gigantisch gedetailleerde informatie over een bepaald punt, de hele nacht door en meerdere nachten na elkaar. Dit is iets wat met een manuele detector zeer moeilijk haalbaar is, maar een manuele detector heeft daarentegen wel het voordeel dat je ermee kunt rondlopen dus je kunt meerdere biotopen zien en je hebt een mooi beeld over hoe het gebied in zijn geheel eigenlijk voor vleermuizen belangrijk is. Maar heeft op de plaats waar je loopt maar een heel korte tijdsopname dat je daar gepasseerd bent.
Zaken die we onderzocht hebben is onder andere de activiteit van de vleermuizen aan het kanaal doorheen het jaar met de nadruk op de trek in het voorjaar en het najaar. Dat is langdurig onderzoek waarvoor we de automatische detectoren hebben geplaatst die daar een maand telkens hebben gestaan, dus 2 x een maand. Heel veel andere onderzoeken hebben ook van de automatische detectoren gebruik gemaakt. Waarbij we de detector dan korter hebben gezet, een paar dagen, hoogstens een week. Dus: het kanaal, het gebruik door verschillende soorten, de invloed van de verlichting op het gebruik van het kanaal door vleermuizen, de verbinding met de aanpalende gebieden – de natuurgebieden die tegen het kanaal liggen en wat daar de interactie is met de vleermuizen die op het kanaal zelf zitten, en tot slot ook de verbinding tussen het Albertkanaal en de mergelgroeve en hoe dat juist in z’n werk gaat.

Slide: kaart projectgebied
Dit is een kaartje met een overzichtje waar we juist onderzoek hebben gedaan. Heel het kanaal zelf, ja dat is meer dan 30 km die door heel Limburg slingert. Is natuurlijk niet doenbaar gebiedsdekkend. Dus we hebben daarvoor gekozen, elk bolletje dat je ziet is een locatie waar een automatische detector heeft gestaan, en de vlakjes dat zijn gebieden waar we met manuele detectoren hebben rondgelopen. In sommige gebieden zoals bijvoorbeeld Munsterbos en Hoefaart hebben we eigenlijk beide gehad, waardoor we die twee ook konden vergelijken en dat ze elkaar ook aanvulden om volledige gegevens te hebben. 

Slide: foto’s van het plaatsen van de detectoren
Het gebruik van de manuele detector is eigenlijk gemakkelijk. Je hebt een klein apparaatje. Je loopt ermee rond in uw handen. De automatische detectoren, als je ze bij het kanaal wil hebben, heb je ze liefst zo dicht mogelijk bij het wateroppervlak. Dus het is een beetje zoeken, waar hang ik mijn detector. Het kan bijvoorbeeld achter een vangrail zijn, waar je ze stevig kunt vastmaken zodat ze niet beschadigd of gestolen worden. Je kan er eigenlijk niks anders mee doen dan vleermuisonderzoek, maar toch, het zijn geen goedkope apparaten dus we moeten ze een beetje uit het zicht hangen. Ook een hele goede locatie is bijvoorbeeld tussen of achter signalisatieborden. Je kan ze wegsteken, ze zijn niet te zien en de microfoon (een klein stukje dat er aan een lange kabel steekt kan je dan boven of aan de zijkant hangen. Dan mooi gericht op het water. Je kan ook de vleermuisdetectoren in een boom hangen met dan hier de kabel weer ergens aan het uiteinde van een tak, zoals hier vlak boven een holle weg. Je kan zien dat daar vleermuizen passeren.

Slide: Onderzoeksoverzicht  Activiteit doorheen het jaar (trek voor- en najaar).
Het eerste luikje: Activiteit doorheen het jaar:

Slide: Activiteit doorheen het jaar. 4 detectoren – Langdurig onderzoek – 2 tijdsperioden: vanaf half mei 2019 & vanaf begin september 2019
Daar hebben we onze 4 detectoren aan het kanaal geplaatst die daar een heel lange tijd stonden. Eentje aan de kolenhaven in Genk, een industriegebied.
Eentje in Hoefaert, in natuurgebied
Ook eentje in Vroenhoven, dichtbij de mergelgroeve, ook in natuurgebied
En dan in Briegden, aan de rand van natuurgebied maar ook nog een deel bosjes en groen dat daarbij zit, dus de samenvloeiing van het Kanaal van … ben de naam van het kanaal eventjes kwijt… Briegden Neerharen… of Zuid-Willemsvaart, ik weet het niet meer precies maar het kanaal wat hier liep (wijst naar de kaart), en het Albertkanaal, dus aan de samenvloeiing zelf.

Slide met cijfers en grafiek
Die vier detectoren maken enorm veel opnamen, het zijn er een 82 600 en een beetje geweest (82639) van vleermuizen passages. Waarvan een 30 000-tal in mei-juni. En dan een goede 50 000 in september.
Een klein probleem wat opdook bij 2 detectoren tijdens de mei-opnames. Eentje heeft blijkbaar zijn uur verkeerd, waardoor die ook overdag een stuk heeft opgenomen. En dan stopte die zo ongeveer rond een uur of 11. Die zijn dus een stuk minder bruikbaar. Deze is wel op tijd ingesteld voor de start, maar die stopte dus om 12u. Dus van na middernacht hebben we van deze detector dus ook geen gegevens. Dus we hebben eigenlijk twee detectoren die goed hebben gefunctioneerd, en twee minder. In september hebben ze wel goed gefunctioneerd. We hebben nog een klein extraatje gehad want er werd oorspronkelijk ook voorzien om ergens kortstondig een onderzoek te doen in Vroenhoven bij de mergelgroeven. Daar hing de detector aan het kanaal. Omwille van Corona zijn we die detector niet direct komen halen. Die detector heeft daar dus ook meer dan een maand gehangen en vandaar ook nog extra gegevens vanuit maart.

Slide met cijfers: aantallen per soort op de verschillende locaties.
Dit is zo’n beetje een overzicht. Het lijken heel veel soorten maar er staan ook een aantal tweeling soorten tussen bijvoorbeeld Rosse vleermuis/bosvleermuis. Dat is omdat het onderscheid tussen rosse- en bos- niet kan gemaakt worden.
De Eptesicus/Nyctalus/Vespertilio-groep is eigenlijk een groep die deze 4 soorten dan weer bevat (wijst op het scherm naar: Rosse vleermuis, Bosvleermuis, Rosse/Bosvleermuis, Laatvlieger)
Myotisch onbekend is een verzamelsoort van alle Myotische soorten dus Watervleermuis, baard/Brandtsvleermuis, Franjestaat, Meervleermuis, Ingekorven vleermuis, Vale vleermuis. Dus sommige zijn echt verzamelsoorten.

Slide: Activiteiten doorheen het jaar: Conclusies:
Je ziet dat er verschillen zijn tussen mei, september en maart. Ik heb ze niet allemaal op een hoopje gegooid omdat voor elke locatie het een beetje verschillend is, de omstandigheden zijn verschillend. Waar het op de ene locatie toeneemt, kan het op een andere locatie net niet toenemen. Ik heb ze dus niet allemaal samen gegooid. We hebben er wel een redelijk besluit uit kunnen halen. We zien dat over het algemeen voor de meeste vleermuizen soorten de activiteit hoger is in september dan in mei. Wat op zicht redelijk logisch lijkt omdat in september heb je ook jonge dieren die groot zijn. September is ook redelijk richting winterslaap dus die vleermuizen gaan ook meer energie moeten opdoen, gaan ook meer foerageren dan in het voorjaar, enzovoort. Er zit wel een redelijke verklaring in.

Slide: Onderzoeksoverzicht  Het gebruik van het kanaal door verschillende soorten

Slide: tabel met gebruik van de verschillende onderzoekslocaties door vleermuizen
De 4 verschillende onderzoekslocaties hebben we ingedeeld in de verschillende omgevingen. Dus je hebt industriegebied, industriegebied met groene elementen - bijvoorbeeld aan de samenvloeiing van de twee kanalen - , je hebt de omgeving die nabij groen ligt, en de omgevingen waarbij bomen tot tegen de waterkant of moet ik zeggen tot tegen het jaagpad staan. Dat zijn 2 grote verschillen. In het ene geval heb je beschutting door grote bomen, in het andere geval niet. Wat je zien is dat naargelang de soort van de vleermuis, zie je eigenlijk dat er heel veel verschillen zit. Dus je hebt een grafiekje, een tabelletje met de F van foerageren en de R van op route. En als het tussen haakjes staat is het waarschijnlijk maar is het niet helemaal duidelijk of niet te achterhalen. Maar je ziet dat er eigenlijk een geleidelijke overgang is van de zones die in industriegebied zitten naar zones die meer groen hebben. Nog meer groen en uiteindelijk groen tot tegen de waterkant, dan zie je dat eigenlijk het gebruik en de activiteit van vleermuizen toeneemt en intensiever wordt. Dus hoe meer je groen hebt en hoe minder industrie, blijkt hoe meer de vleermuizen komen foerageren.
 
Slide: Gebruik kanaal door verschillende soorten: Ruige dwergvleermuis
Een soort die ik daaruit kan lichten, ik kan ze niet allemaal uitlichten, daarvoor zijn het er teveel. Eentje die ik er wel uitlicht is de Ruige dwergvleermuis. Dit is een migrerende soort. In de zomer zit die in de Baltische Staten, Oost-Duitsland enzovoort. In de winter komt die naar hier om te overwinteren of doortrekken om een beetje verder te overwinteren. We zien die hier dus heel massaal passeren in de maand september.

Slide: 3 grafiekjes over de activiteit van de Ruige dwergvleermuis.
We hebben in september die detectoren gezet. Heel opvallend was, op elke detector vind je de soort wel terug maar er is één locatie, de samenvloeiing van die 2 kanalen, waar je enorm veel opnames hebt van die soort. Eigenlijk was het zoveel dat je kon zeggen ‘het is raar dat er zoveel op één punt zouden vliegen en op andere locaties niet’ dus we zijn het een beetje meer gaan uitspitten. We zijn een keer gaan kijken wat het geeft als je zo kijkt in die periode in de plaats van per nacht, kijken we dan per uur en per 10 minuten, en dan krijgen we heel wat rare grafiekjes. Over heel de periode samen zie je dat er een grote piek is in de vooravond en de rest van de nacht meer matige activiteit. Hier kan je ook nog niet heel veel uit opmaken dus we hebben dat ook nog een keer bekeken van dag per dag, dus we hebben er voor het gemak de middelste dag van de onderzoeksperiode hier nog eens uitgefilterd en gekeken, en eigenlijk komt het er op neer dat je elke nacht opnieuw gaat kijken:  die piek vlak na zonsondergang heb je elke keer opnieuw terug en de rest van de nacht varieert, dus op die nacht bijvoorbeeld van midden september zie je dat er redelijk veel tweede helft van de nacht activiteit is geweest. Andere nachten hebben dan van voren een beetje of meer evenredig verdeeld. Hetgeen dat je wel elke keer terug ziet en dat een constante is, hier heb je die piek, wat foerageergedrag is van vleermuizen, die moeten ook eten en die komen op dit moment jagen. Het is ook een beetje sociale interactie. En voor de rest van de nacht zie je dat er eigenlijk altijd wel een beetje activiteit is maar nooit echt een heel lange aaneengesloten periode van activiteit. Het is een beetje activiteit en dan niks, dan weer meer en dan weer niks, weer meer, dan niks… en dat betekent dat die vleermuizen niet de hele tijd aan het foerageren zijn maar dat het vleermuizen zijn die aan het migreren zijn. Dus om een of andere reden komen die vleermuizen wel overal langs migreren maar is die ene locatie echt wel uitzonderlijk in trek bij die vleermuizen.

Slide met overzichtskaart van het gebied.
Het is wel raar als je het zo beziet, de reden waarom is nog niet helemaal duidelijk. De vleermuizen die van het oosten zouden komen lijkt het logisch dat ze via dit kanaal zouden komen. Ze komen op dit punt (wijst naar de kaart) en dan is het logisch dat ze ofwel links of rechts kunnen of rechtdoor, maar hier en hier want die detectoren hebben niet zo’n grote aantallen gehad, dus de reden waarom er dan hier zoveel ruige bergvleermuis gespot wordt en op die andere plaatsen minder, daar zijn we nog niet helemaal over uit.

Slide: foto vleermuis
Een heel belangrijke vondst, het is maar één opname maar we hebben op één van die detectoren een Grote hoefijzerneus gevonden. Om een beetje te kaderen wat een Grote hoefijzerneus is, dat is een soort die in Vlaanderen zit, of zat, en voor 2019 toen we met het onderzoek begonnen zijn was de laatste waarneming van 1995. In Nederland was de laatste waarneming in 1992. En als je naar Nederlands Limburg gaat zien, was dat in 1986. Dus die vleermuis is opeens terug van weggeweest, een uitgestorven verklaarde vleermuizensoort is terug ontdekt op deze manier. Wat zijn de dichtstbijzijnde populaties? In Nederland niet direct iets, in Duitsland niet direct iets, maar wel nog in Luik, dus op 25 km verder heb je de dichtstbijzijnde zomerkolonie van Grote hoefijzerneus en op 30 km zit je aan de dichtstbijzijnde winterverblijven van vleermuizen, allebei dus in de provincie Luik. Nu wat hier nog wel bij kan zeggen is dat de laatste 2 à 3 jaren, vanaf de winter van 2018, 19 en 20 is er één beestje geweest dat in een van de mergelgroeven heeft overwinterd in Wallonië, dus niet al te ver van deze plaats dus het zou kunnen dat het hetzelfde diertje is. We waren voor deze vleermuis net even te laat voor de volledige primeur weg te pikken want in 2019 is er ook in Damme een Grote hoefijzerneus gespot geweest, ook aan een kanaal, ook maar heel eventjes die langs vloog maar het is wel zeer uitzonderlijk. Nu is het beestje altijd al weggeweest? Waarschijnlijk wel. De kans dat de vleermuis werd teruggevonden is eigenlijk niet volledig onverwacht. Het is vooral de techniek die erop vooruit is gegaan. We hebben met dit project bijvoorbeeld die automatische detectoren neergezet. Dat heeft in totaal een 167 000 opnames opgeleverd. Dus als die vleermuis langs dat kanaal vloog, is de kans groot dat op die manier toch wel uiteindelijk, ook al is het maar 1 of 2 beestjes, een keer gespot gaan worden. Onze vleermuis in Damme is gevonden geweest, die zat in een reeks opnames van 300 000 opnames, dus massaal talrijk zal ze niet aanwezig zijn, maar de kans dat ze teruggevonden worden als mensen overal detectoren leggen en naderhand gaan kijken en daar komen duizenden en duizenden opnames, dus als er een zeldzame vleermuis tussen vliegt is de kans ondertussen wel groter dan vroeger dat ze gevonden wordt.

Slide: Onderzoeksoverzicht – Invloed verlichting
Nog iets dat onderzocht is geweest is de invloed van verlichting.

Slide: foto van verlichting langs het kanaal
Verlichting is langs het Albertkanaal redelijk veel te vinden. Het hangt er van af waar je bent. In natuurgebieden is er amper of geen verlichting. Industriegebieden en sluizen bijvoorbeeld zijn extreem hard verlicht. Nu, al onze vleermuizensoorten zijn in meerdere of mindere mate lichtschuw. Dus wat betekent dat voor onze vleermuizen?

Slide: tabel per vleermuis welke activiteiten verlicht/onverlicht
We hebben dat een keer mooi uitgekeken waar onze vleermuizen, welke vleermuis hebben we waar gespot? Welke activiteit was dat daar van die vleermuizen? En was daar al of niet verlichting? En dan zie je dat daar toch, als je het op een lijstje gaat zetten, dat er een verschil is tussen de plaatsen die niet of wel verlicht zijn. Of een vleermuis daar voorkomt, foerageert of op route is hangt ook heel hard af van de soort.
Als je zegt, het hangt af van de soort, kan je eigenlijk gaan zien van wat is de vleermuis zelf? Dus je kan een bepaald soort groepjes onderscheiden. Je hebt bepaalde vleermuissoorten die heel lichtschuw zijn maar iets minder gebonden aan het kanaal. Er zijn ook andere soorten die meer gebonden zijn aan het kanaal, dus soorten die zeer sterk eraan verbonden zijn zoals een Watervleermuis of een Meervleermuis , die vrijwel steeds gebruik maken van het kanaal om te vliegen als verbinding, die gaan ook passeren op plaatsen waar er ook verlichting is, zij het dan dat ze daar veel minder lang vertoeven en dat ze daar veel minder foerageergedrag vertonen dan natuurlijk op onverlichte plaatsen. Soorten die minder gebonden zijn aan het kanaal, die meer nood hebben aan kleine landschapselementen om zich te verplaatsen en als het goed is of het lukt pakt hij ook een kanaal mee, die soorten gaan op die moment eerder rondvliegen. Die gaan andere plaatsen pakken. Die pakken een klein landschapselementje, bomenrijen, bosranden enzovoort en gaan zo een stukje de verlichting proberen te omzeilen.

Slide: Onderzoeksoverzicht – Connecties aanpalende   gebieden

Slide: overzichtskaartje aanpalende gebieden
Het onderzoek naar de connecties van de aanpalende gebieden. Ik kan niet allemaal tot in detail gaan beschrijven wat er in al die gebieden juist gevonden is. Het zijn er 3 die met manuele detector zeg ik dan, dus de Maten, Munsterbos en Hoefaert. En de laatste: aan de talud van Eigenilzen hebben we nog automatische detectoren geplaatst.

Slide: luchtfoto van gebied De Maten
Als we naar de Maten kijken, het kanaal loopt hier vlak naast de Maten. De Maten is een heel groot,  uitgestrekt gebied en loopt tot nog veel verder. We hebben niet heel het gebied afgelopen. Je ziet wel op de routes die we gelopen hebben de rode bolletjes, heel veel Dwergvleermuizen. Maar je ziet ook een aantal gele tussen, Laatvliegers, een soort die we eigenlijk veel minder aan het kanaal zelf vinden.

Slide: luchtfoto van gebied Hoefaert
Een ander gebiedje: Hoefaert. Ook een hele gelopen route. Je ziet er ook Laatvliegers terug. Er zijn ook 4 detectoren vlakbij geplaatst die automatisch opnames maakten. Om het gemakkelijk te maken eentje aan het kanaal als referentie, ééntje aan een waterplas vlak langs het kanaal maar niet verbonden met het kanaal. Eentje aan een waterplas in het bos en één in het bos zelf waar er geen water is. Kwestie van de opnames te kunnen vergelijken en te zien van welke vleermuizen vliegen hier. Komen ze ook hier op die plas voor? Is er daar een gelijkenis? Wat zijn de uren? Komen ze eerst hier en dan daar? Of andersom? Enzovoort. Dat hebben we dus ook met de vleermuizen die hier zitten en hier zitten (wijst naar de kaart). Plus we konden ook zien, de soorten die aan het kanaal zitten, komen die ook voor in ons gebied?

Slide: luchtfoto van gebied Munsterbos
Hetzelfde verhaal voor Munsterbos. We hebben een aantal stukken afgelopen. Je ziet dat ook hier weer heel veel Laatvliegers zijn. Dus dat is het voordeel van zo’n manueel onderzoek. Je ziet dat die Laatvliegers hier in het gebied voorkomen. Je ziet dat er ook bijvoorbeeld die roze bolletjes, dat daar Franjestaarten zitten, soorten die we aan het kanaal eigenlijk zelf heel weinig tegenkomen en als dat is dan maar één of twee keren een opname van een beestje dat daar ne keer passeert en gedaan; dus het kanaal zelf is voor die soorten minder interessant, en we weten dat ze er nochtans zitten want we hebben onze manuele wandelingetjes daarmee gedaan. We hebben hier drie automatische detectoren staan dus het Munsterbos aan de Weerstandskapel vlak achter het kapelletje aan een weiland. Eentje in een dreef dus die ligt vanaf de dorpskern recht op recht naar het kanaal gaat en eentje weer aan het kanaal zelf.

Slide: Grafieken van de Gewone dwergvleermuis en de Watervleermuis
Ik licht er gewoon twee soorten eventjes uit. Als je die automatische opnames gaat bekijken. Het is hier de Gewone dwergvleermuis. Gewone dwergvleermuis is een huizenbewoner. Die zit bij de mensen onder de dakpannekes, insprongen enzovoort. Kijk je naar de verschillende detectoren zie je dat er eigenlijk niet veel verschil is tussen die gele en de oranje detector van activiteit. Maar als je ziet de blauwe die aan het kanaal staat, de activiteit begint een half uur later. Dan zie je dat die vleermuizen eerst buitenkomen. Ze vliegen eerste door het bos of aan de rand van het weiland. Daar foerageren ze ook, kijk een activiteitspiek, en de rest van de nacht is er eigenlijk weinig activiteit. Af en toe een vleermuis die komt foerageren, af en toe een vleermuis die passeert. Terwijl aan het kanaal zie je dat je een hele hoge piek hebt in het begin en voor minstens de helft van de nacht zie je dat die activiteit aanhoudt. Dus dat duidt erop dat dat kanaal een heel belangrijke foerageerplek is voor die dwergvleermuizen. Maar dat ze er niet direct gebruik van maken om verre afstanden af te leggen of het kanaal te gebruiken als een directe verbinding.
Kijk je daar tegenover naar de Watervleermuis, die gele aan de kapel, daar zie je dat er maar eentje gepasseerd is in de vooravond en eentje in de ochtend. Heel waarschijnlijk zelfs hetzelfde beestje dat daar een route heeft, vliegt naar bijvoorbeeld het kanaal, vliegt terug en gedaan. Geen foerageergedrag.

Slide: luchtfoto van gebied Munsterbos
De dreef die naar het kanaal leidt, ik ga eventjes mijn kaartje terug pakken, dus de dreef hier (wijst naar de kaart).  Je ziet dat de vleermuizen hier, de oranje dan, ze komen veel vroeger aan en het duurt nog even lang; dus de vleermuizen gebruiken vooral die dreef als route richting kanaal. Waarschijnlijk wordt als ze op route zijn ook wel eens een insectje meegepakt, maar het foerageren is pas als ze aan het kanaal komen, daar zie je dat er een hele activiteitspiek is voor als ze gedurende de nacht dan van de insecten gaan plukken waar dat ze dan ook naar een ander gebiedje gaan vliegen en terug om insecten te gaan halen enzovoort. En tegen dat het ochtend wordt, vliegen ze dan weer terug door de dreef.

Slide: Aanpalende gebieden: Talud Eigenbilzen
En dan bij de Talud in Eigenbilzen. Ik vond niet meteen een mooie luchtfoto dus je ziet hier een schematische overzichtje. Die talud is heel gemakkelijk. Beneden heb je het kanaal, het jaagpad, de helling en bovenaan de helling heb je ’n vlak stuk waar geen bomen zijn en daarachter loopt een railbike spoor, een spoorweg waar met van die fietsjes over gegaan wordt. Heel gemakkelijk om te onderzoeken want daar rijden geen auto’s, rijden geen treinen dus de vleermuizen hebben daar een mooi recht stuk waardoor ze als ze willen kunnen langs vliegen. Plus je hebt aan de rand akkers en voor de rest is dat een open vlakte. Dus op die manier is het heel gemakkelijk om te zien van kijk, we hebben nu daarnet gekeken bij die water- en die dwergvleermuizen, hoe vliegt die dwars op het kanaal? Hoe gaan ze daarnaar toe? Met dit zien we dat als een vleermuis zich parallel met het kanaal kan verplaatsen, op welke manier doet ze dat? Dus één detector vlak boven het water, een langs het jaagpad - een van de bomen hier, je kunt het heel moeilijk zien hier (wijst naar de foto) hier is de detector goed weggestoken in de bomen. Moeilijk te zien hier maar niet dat de fietsers die langskomen ermee weg zouden zijn. Dan de railbike, dus hier hangt de detector hoog in de boom. Elke vleermuis die daar passeert wordt dan vlotjes opgenomen. En dan één hier in een eik helemaal aan de rand en voor de rest zijn dan echt open akkerlanden. De eik hangt op een hoogte van vier meter hoog dus vleermuizen die daar aan het bos gaan passeren ga je zeker mee hebben. Het was alleen niet de beste keuze want het was een boom met processierupsen in. Dat heb ik pas gezien als ik hem terug moest gaan uithalen.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Gewone dwergvleermuis
Nu wat zien we daaruit: afhankelijk van de soort van de vleermuis is het gebruik ook weer verschillend. Dus dwergvleermuizen, de gewone dwergvleermuis zit vooral aan het kanaal en het jaagpad, maakt ook een deel gebruik van de railbike en maakt ook een deel gebruik van de bosrand.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Ruige dwergvleermuis
De Ruige dwergvleermuis, onze migrerende vleermuis, die vliegt eigenlijk vooral aan het kanaal en het jaagpad. Af en toe eens een keer bovenaan de railbike en een beetje meer aan de akkers maar zeer intensief aan het kanaal en jaagpad.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Water- en Meervleermuis
Watervleermuis en Meervleermuis is een soort die zich bijna volledig over het water zelf verplaatst dus boven het kanaal zelf. Nauwelijks aan railbike of akkers of jaagpad. Meervleermuis had nog heel merkwaardig, tussen 4 en 5 ’s ochtends verplaatsen die zich van het kanaal naar het jaagpad. Mogelijk is dat een kleine route dat ze zeggen van kijk op die moment is het daar iets warmer ofzo of iets kouder. Maar die verplaatst zich blijkbaar in de loop van de nacht.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Baard/Brandtvleermuis
Baardvleermuis en Brandts vleermuis, twee soorten die op detector eigenlijk niet gemakkelijk uit elkaar te houden zijn, een soort die blijkbaar het kanaal juist mijdt. Het is een soort die blijkbaar graag in meer dichte bossen zitten dus een vleermuis als die Baardvleermuis gaat dus wel gebruik maken van die railbike met beschutting langs twee kanten. Akkers weinig want daar is het een beetje minder beschut. Jaagpad ook minder en het kanaal zelf eigenlijk zo goed als niet.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Grootoorvleermuis
Grootoorvleermuis nog een beetje anders, die vliegt vooral langs de bosrand, vooral langs het jaagpad en af en toe ook over het kanaal. Er is een beetje wisselwerking. Ik had het niet verwacht want het is eigenlijk een soort die normaal gezien in bosgebieden zit dus het kan zijn dat het misschien gewoon toeval is dat ze hier ook niet gewoon aan de railbike zit, maar ik had niet verwacht dat dat een soort was die zicht ook boven het kanaal zou gaan verplaatsen. Niet veel, maar het gebeurt dus wel.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Rosse vleermuis
Daarentegen heb je een soort als de Rosse vleermuis. Nu, die Watervleermuizen vliegen vlak boven het kanaal en Rosse vleermuizen zijn een grote stevig vliegende vleermuis. Die vliegt redelijk hoog. Het is niet altijd duidelijk of ze nu boven het kanaal zelf vliegt, boven het jaagpad of boven het talud, maar eigenlijk kan je die gewoon ook zien, als het niet al te donker is, die vleermuizen vliegen eigenlijk over het geheel. Meestal boven het kanaal zelf omdat daar de meeste insecten zitten maar ze vliegen evengoed boven het talud, boven de railbike en boven de akkers. Bij de railbike niet tussen de bomen echt maar echt boven de boomkruinen zelf.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Bosvleermuis
Een min of meer hetzelfde scenario bij de Bosvleermuis. Dat is het kleinere broertje van de Rosse vleermuis dus de Bosvleermuis gaat iets dichter tegen de vegetatie dus die gaat iets minder stevig vliegen dan die Rosse vleermuis maar het is ook moeilijk te zien van deze soort van is die op route als ze passeert, is ze aan het foerageren? Omdat die over een zo’n groot stuk jaagt. Die vliegt rond, die vliegt over het kanaal, die vliegt over de bomen en ze is weer weg dus er zit altijd wel wat pauze tussen die vleermuis voordat ze haar foerageerrondje heeft gemaakt dus dan is het moeilijk  om te zeggen van ja, zijn er nu twee vleermuizen gepasseerd of is het eentje die om de minuut of twee minuten een keer langskomt en dan binnen het bereik van die detector komt.

Slide: schema talud Eigenbilzen – gebruik door de Laatvlieger
Laatvlieger. Een soort die dan weer weinig gebonden is aan het kanaal. Heel af en toe passeert ze eens een keer, het kan zijn dat het maar één beestje is geweest want er zijn maar twee opnames van. Misschien is het er maar eentje die heen en weer terug is gekomen. Vliegt amper boven de railbike maar vliegt dan wel aan de bosrand. Dus afhankelijk van de soort, ge hebt soorten die boven het kanaal zitten, boven de bosrand, die in het bos zelf willen vliegen langs dat railbikepad of langs het kanaal want ze willen dan toch het kanaal volgen maar dan niet langs het water zelf. Dus het is een heel verhaal en afhankelijk van de soort ga je dan verschillen krijgen hoe de vleermuizen het gebied gaan gebruiken.

Slide: Connecties aanpalende gebieden: conclusies
Als je dat allemaal eigenlijk in een besluit-tabelletje zou gieten dan zie je dat er veel vleermuizen zijn die kiezen, die zeggen van kijk ik gebruik het kanaal bijna exclusief, zoals de Water- en Meervleermuis die gebruiken het kanaal exclusief. Of ze zeggen van kijk ik ga het kanaal nauwelijks gebruiken. Mijn voorkeur gaat in ieder geval niet uit om daar om te foerageren. Anderen gebruiken het dan weer voor verplaatsing, anderen weer niet dus het is een beetje zien van soort tot soort, welke vleermuis gebruikt het, welke niet.

Slide: Onderzoeksoverzicht: Verbinding kanaal - mergelgroeven
Een laatste onderzochte onderzoeksvraag: Wat is de verbinding tussen het kanaal en de mergelgroeve?

Slide: foto ingang groeve aan kanaal.
Nu, dit is een heel eenvoudig beeldje dat ik ertussen heb gestoken om te laten zien van kijk hoe ziet zo’n mergelgroeve eruit? Het is een gigantisch stelsel onder de grond waar er mergel is uitgehaald. Nu, er zijn een aantal ingangen ergens weet ik waar weggestoken eigenlijk gewoon midden in het landbouwgebied. Die groeven waren er eerst voor het Albertkanaal, en met dat het Albertkanaal aangelegd is geweest zijn ze daar beginnen graven en heb je dus een aantal groeven doorsneden. Dus een aantal groeven hebben echt ingangen die letterlijk aan het kanaal uitkomen. Nu dit is bijvoorbeeld de groeve van de Keel. Heel gemakkelijk, je ziet van als vleermuizen aankomen aan het water, die kunnen direct die groeven binnenvliegen dus dit is niet meteen een verbinding die we hebben moeten onderzoeken.

Slide: Kaartje – Verbinding kanaal-mergelgroeven
Wat iets moeilijker is, is de groep die iets verderaf liggen. Je ziet hier een kaartje bijvoorbeeld de zwarte bolletjes zijn de ingangen van de mergelgroeve. Er zijn er ook nog hier aan het kanaal in Nederland en in Wallonië zijn er ook nog maar die heb ik er voor de eenvoud er afgelaten, we beperken ons tot Limburg, diegenen die in Limburg liggen in de gemeente Riemst liggen hier. We hebben vier detectoren geplaatst, eentje hier, hier, hier en hier. Dus deze zit vlakbij de groeve onder andere van Flessenberg en Rozenberg. En zit er eentje in het verlengde van de Verbiestberg, ook een groeve waar er dan een bomenrij loopt richting groeve van Romont. En twee detectoren, eentje ligt er net in Wallonië en eentje ligt er aan de Tiendenberg. Daar is niet direct een hele vlotte verbinding, zijn er heel harde versnipperde stukjes en wilden we gewoon zien van kijk, vliegen die vleermuizen langs daar, ja of nee. En hetgeen je dan ziet als je al die opnames gaat vergelijken dan zie je dat inderdaad er wel een zeker patroon terug te vinden is. Massaal veel opnames hadden we hier uiteraard vlak bij de mergelgroeve. Het overgrote deel aan Rozenburg wat er eigenlijk niet te verwonderen is want dat is een redelijk grote groeve, maar in de groeve hier zitten ook heel veel vleermuizen en die moeten ook ergens naartoe kunnen natuurlijk als ze richting kanaal willen. Dus ofwel kunnen ze langs hier gaan en dan hebben ze ergens een groot open stuk dat ze moeten doorsteken; hier is het niet echt een element dat ze verder kunnen gaan dus mogelijk vliegen ze langs hier richting de Tiendenberg. In de Tiendenberg hebben we eigenlijk maar heel weinig vleermuizen gehad dus we hebben gezien van kijk ze komen daar dus ze komen ergens vandaan, mogelijk van hier dus misschien komen ze via een ander weggetje, dus dat ze eigenlijk een andere weg gaan volgen maar eigenlijk elementen waar dat de vleermuizen zich op kunnen oriënteren zijn er daar niet. Veel eenvoudiger is dat de vleermuizen langs hier zouden vliegen, dit stuk volgen en dan links, laten we zeggen ten noorden van de groeve van Romont zouden verdergaan en dan via een aantal landschapselementjes is dit eigenlijk vlot richting het kanaal te gaan. Dus van deze verbindingen zijn we zeker. Hoe het van hier verdergaat is het ofwel noord ofwel zuid. Zuid is vrijwel zeker gezien de verbindingen. Het noorden kan. We hebben hier een detector gezet.  We hadden daar ook vleermuizen dus we weten, ze komen hier aan. Of ze langs hier komen of mogelijk door meer open gebieden langs daar is ook nog een beetje de vraag. Het is ook moeilijk, je hebt hier de detector maar je hebt hier verschillende aanknopingspunten waar dat de vleermuizen die door open gebied gaan, waar dat die kunnen landen en zeggen vanaf hier zet ik mijn route verder. Ik kan niet elk puntje gaan afzetten met een detector natuurlijk dus we weten dat ze hier komen dus dit zijn waarschijnlijk of toch mogelijke routes voor die vleermuizen.

Slide: foto groeve
Dat is een beetje om een idee te geven hoe dat die groeverand eruit ziet. Als die vleermuizen komen. Ik ga eventjes terug gaan naar de vorige slide.

Slide: Kaartje – Verbinding kanaal-mergelgroeven
Als de vleermuis hier vliegt heb je eigenlijk weinig oriënterende elementen. Tot hier nog wel. Hier heb je voor de rest geen landschapselementen niet meer behalve de steile rand van de groeve zelf. Maar je ziet het, het is heel moeilijk om hier een detector te plaatsen. Hier ligt gewoon grond daar staan geen bomen of niks. Hang je daar een detector dan heb je de kans dat die de week erop gewoon weggegraven is dus daar kan je moeilijk opvolgen.

Slide: Knelpunten en aanbevelingen
Nu ja, we hebben heel dat onderzoek gedaan en naderhand hebben we ook een keer gezien van wat zijn eigenlijk knelpunten voor die vleermuizen aan het kanaal waar ze het moeilijk hebben of dat er bedreigingen zijn. Nu, verlichting is sowieso een bedreiging. We weten dat vleermuizen daar last mee hebben. We hebben ook gezien dat bij vleermuizen ook het gedrag is verschillend is; minder als daar verlichting is dus eigenlijk om dat knelpunt op te lossen zou er een apart verlichtingsplan moeten zijn of een aparte verlichting. De kanaaloevers zelf, als die heel kaal zijn is het ook moeilijk om voor vleermuis om daar voorbij te geraken. Hij kan een verbinding pakken iets meer van de oever af. Maar voor de vleermuizen die het kanaal zelf gaan volgen is het dan wel iets moeilijker. Misschien niet onmogelijk maar in ieder geval, je weet die verbindingen langs het kanaal boven het water zelf of daarnaast via groenvegetatie is van belang en de continuïteit ervan. Dus als vleermuizen die routes willen kunnen volgen moeten die continuïteit ook gegarandeerd kunnen worden.
Op heel veel plaatsen is er ook een gebrek aan landschapsstructuren dus dat is niet alleen die oevers zelf maar ook de omgeving. Heb je bijvoorbeeld die oevers, ja als een vleermuis niet van daar kan geraken van de groeven tot het kanaal is het ook weer een probleem. Geraakt een vleermuis ook niet van het kanaal naar een foerageergebied of van de plaats waar ze bijvoorbeeld daar koloniseert tot aan het kanaal wegens het ontbreken van elementen is het ook weer een probleem. Dus dat zijn dingen die ook in het oog moeten gehouden worden.
Een mogelijk probleem is ook een uitbreiding van mergelwinning of uitbreiding van industriezones. Industriezones zijn moeilijker voor vleermuizen om te kunnen volgen langs het kanaal. Maar over de industriezone zelf, voor vleermuizen die dan meer de groen vegetatie volgen langs het kanaal is het dan nog een veel groter probleem. Breiden die gebieden uit ja dan gaan die bestaande routes, die komen dan ook in gevaar. Dus dat geeft eigenlijk ook weer al moeilijkheden.
Een andere bedreiging van meer recente datum zijn de windturbines. Windturbines die worden gewoonlijk geplaatst op plaatsen, redelijk veel bij industriegebieden maar ook op plaatsen waar er veel wind is. Nu, die wind is uiteraard ook voor vleermuizen handig dus als ze op trek zijn en ze kunnen mee liften met de wind is dat gemakkelijk. En die maken dus eigenlijk gebruik van dezelfde windstromen die dat ook de windturbines gebruiken. Met alle risico’s van dien, als de vleermuis door de windturbine geraakt wordt, of dat de vleermuis gewoon al in de buurt komt en die vleermuizen hebben ander soort van longen dan vogels. Als die vleermuizen ook meer in de buurt van die wieken komt krijgt hij een baro-trauma, dat is een soort van onderdruk in die longen waardoor dat er bloed in de longen stroomt. Je ziet dat niet meteen want de vleermuis vliegt nog even door, dus je ziet niet meteen de vleermuis onder de molen verhakkeld liggen zoals een dode vogel. Die vleermuis vliegt verder en die ga je dan enkele honderden meters verder kunnen terugvinden. Ook moeilijker te vinden dan vogels dus je kan niet direct zien dat windturbines problemen zijn voor vleermuizen maar ze vormen zeer zeker wel een groot probleem.
De kwaliteit van het landschap in het algemeen. Elk bedrijf en elke mens doet iets in het landschap. Die vleermuizen maken gebruik van het landschap om zich te verplaatsen. Nu de ene mens doet dit, de andere doet dat. De ene kapt een stukje bomenrij, de andere plaatst verlichting enzovoort  maar alle stukjes samen maakt wel dat die routes van die vleermuizen sterk en meer en meer onder druk komen. En het is moeilijk om elk individueel stukje te gaan zeggen van ja, die boom mag niet uit want hier vliegen misschien vleermuizen. Je kan niet voor elke bomenrij die men uit wil doen zeggen van kijk wij willen hier een uitgebreid vleermuisonderzoek van. Dat gaat ook niet voor elke lamp die je plaatst of elk stukje industriegebied dat je uitbreidt, elke windturbine. Soms is dat verplicht, soms ook niet, maar het maakt het wel moeilijk enerzijds om al die onderzoeken te kunnen doen en anderzijds ook moeilijk om er achter te lopen van ja, wat mag wel, mat mag er niet. Dus eigenlijk zou het heel handig zijn van kijk, we zoeken naar een soort van gecoördineerde aanpak waarbij we eigenlijk een keer oplijsten wat het belang is van dat landschap. Welke migratiepunten dat daar goed zijn, wat de knelpunten zijn. Dat we weten, die bomenrijen worden gevolgd, dat is belangrijk, daar is verlichting. Kunnen vleermuizen nog voort? Hebben ze donkere stukken, ja dan nee? Dat je dat mooi op een kaart kan zien, dat je dat ook kan plannen, vooruit kan plannen van kijk, wil je iets doen op die en die plaatsen, zorg dan op tijd voor compensatie dat vleermuizen bijvoorbeeld een alternatieve route krijgen als er een bomenrij verdwijnt. Eigenlijk is dat een meer gecoördineerde aanpak dan altijd maar achter de feiten aanhollen of achter kleine feitjes. Want mensen vinden het inderdaad niet tof dat ze niet vooruit kunnen als ze gaan vleermuizen in de weg liggen terwijl dat op zich geen probleem hoeft te zijn als je op tijd weet dat ze er zijn, wat je er aan kan doen.

Slide: Bedankt
Dan ben ik zo ongeveer rond. Ik wil in ieder geval wel nog iedereen bedanken die heeft geholpen aan het onderzoek, dus al onze vrijwilligers die daar ook veel tijd en nachten in hebben gestoken. Ook onze mensen van de vleermuizenwerkgroep die aan de mergelgroeve heel hard bezig zijn, Ghis Palmans, Els Lommelen en Bart Mulkens. Die hebben heel veel raad gegeven voor het onderzoek, zeker rond de mergelgroeven. En ik wil zeker ook de provincie Limburg bedanken voor de ondersteuning van dit project.

Jan Mampaey:
Oké, en wij willen u graag bedanken voor de hele uiteenzetting. Er zijn nog wel wat vragen waar nog wat mensen mee zitten. Ik wil beginnen met een heel technische vraag die ik mezelf ook stelde. Hoe kan je het onderscheid maken tussen een vleermuis die op route is en een die foerageert, op basis van de gegevens die jullie nu verzameld hebben. Kan je dat uitleggen?

Wout Willems:
Ja, ik heb bewust niet teveel grafieken erin te steken, we hebben een rapport gemaakt. Er staan massa’s grafieken in, maar dat doe ik de mensen niet altijd graag aan. Ik ga misschien zien als ik een beetje terugga …

Slide: Grafiek met data van de gewone dwergvleermuis en de watervleermuis in het Munsterbos
Met een dergelijke grafiek dus… wat we eerst doen dus, we hebben een hoop data. Je ziet dat sowieso per dag – je kan er de verschillende nachten eruit halen – men kan dat dan ook opsplitsen per nacht en dan zien op welke momenten komen er vleermuizen langs. Als je aaneengesloten tijdsblokken ziet, dus zoals hier die watervleermuis boven het kanaal, dat is een aaneengesloten tijdsblok. Daar kan je vanuit gaan van kijk, die vleermuis zit daar heel de tijd, die is aan ’t foerageren. Terwijl als je een vleermuis hebt en elke tijdsblok van 10 minuten komt er … ja, dit is dan om de 20 minuten of elk half uur dat je één vleermuis hebt die daar langskomt, die vleermuis is daar niet aan het foerageren, die passeert. Als dat maar ene keer is, het kan een vleermuis zijn die daar toevallig een keer langskomt. Maar heb je dat regelmatig dan weet je van oké, ofwel is dat een vleermuis die heel dom, heel grote rondjes maakt en maar heel af en toe langskomt, waarvan de kans eigenlijk heel klein is. Of bijvoorbeeld in dit geval aan die dreef is dat die watervleermuizen die hebben hun verblijf in een boom ergens in het Munsterbos en die vliegen dan één voor één via die dreef, wat de gemakkelijkste verbinding is voor hen, die vliegen dan via deze dreef richting kanaal en dan op die manier kunnen ze een voor een langs daar komen. Kan je zien aan de tussenpauzes van kijk hier is een vleermuizenroute, dus die vleermuizen passeren. Soms is het ook niet te zien, dat geef ik grif toe. Voor een aantal vleermuizen in de tabellen hebben we moeten schrijven (voorbeeld voor de  dwergvleermuis) de F (foerageert) zeker en de R (route) tussen haakjes want er wordt zoveel gefoerageerd door dwergvleermuizen dat is zo een algemene soort, die zitten overal, die foerageren, die dieren overheersen gewoon. Dat betekent als er toch eens ene op route passeert, dat haal je er niet uit.

Jan Mampaey:
Kan je het onderscheid maken op individu-niveau of is het eigenlijk maar op soortniveau dat je een waarneming kunt vaststellen. Of kan je zeggen van dit is vleermuis nummer één, van die nacht die er nu passeert, en vleermuis 738?


Wout Willems:
Neen dat kunnen we niet zien. Neen, daar zijn andere onderzoekstechnieken voor. Dan moet je echt al dieren gaan vangen en daar een zendertje op plakken en volgen. En dan heb je de route van één dier en dan weet je niet of dat er misschien honderd dieren vliegen langs het kanaal. Dus hier is duidelijk gekozen van, we zoeken welke vleermuis langs het kanaal vliegen, hoeveel dat dat is en niet elk individueel diertje, dat gaat niet voor een dergelijk onderzoek. Dus we zien wel welke soorten dat langskomen dus die opnames die we hebben die steken we in de computer. Nu, dat zijn er 170 000. Die hebben we niet allemaal één voor een bekeken. We hebben een automatisch programma erop laten runnen. Die zegt, al wat geen vleermuis is maar wel een opname is bijvoorbeeld een sprinkhaan of een fietser die met zijn fiets op het jaagpad langskomt en ultrasone geluiden maakt eigenlijk, die haalt ie eruit. We doen dan wel een steekproef om te zien dat we geen rommel …, allé geen goeie opnames tussen de rommel steken. En een aantal soorten haalt de automatische opname er ook uit, onder andere de dwergvleermuizen. Gewone dwergvleermuis en dat is meestal de talrijkste soort dus we zijn wel content dat die maar steekproefsgewijs moeten gaan checken. Maar de moeilijke soorten is wel nog manueel werk. Dus al het een dat is van Watervleermuis, alle myotische soorten, Watervleermuis, Baardvleermuis, Franjestaart, Bosvleermuis, Laatvlieger, … de automatische analyse geeft een suggestie maar je moet wel nog kijken of dat het juist is, dus er steekt wel heel wat werk in met al die analyses te doen.

Jan Mampaey: Oké, dank u. Je haalde zelf al aan dat die windmolens een bedreiging zijn. Of potentieel heel erg gevaarlijk zijn. Je hebt uitgelegd hoe het in elkaar zit. Maar hoe ver moeten die windmolens dan van het Albertkanaal staan? Want ja, er gaan wel windmolens komen op die plaatsen, allicht. Heb je daar aanbevelingen voor? Heb je daar ideeën over?
Wout Willems: Ja, op zich is dit geen studie die zegt van kijk daar mag wel of niet een windmolen staan. Als je een windmolen moet plaatsen wordt er sowieso gevraagd van doe een onderzoek. Als je geen onderzoek uitvoert dan gaat men ervan uit dat het een locatie is met heel veel vleermuizen, punt. Dan pakken we het voor de veiligheid zo. Als je onderzoek uitvoert dan kan je bijvoorbeeld zien van hier zitten die en die en die soorten en weet u ook van als je een Laatvlieger hebt, dat is een risicosoort die redelijk hoog vliegt, maar die maakt niet van het kanaal gebruik. Als je weet van kijk ik zet mijn windturbines iets verder van het kanaal, zet ze 100 of 200 meter verder, dan heb je in ieder geval niet veel last van de vleermuizen die vlak boven het kanaal vliegen. Maar je hebt met dit onderzoek wel een houvast van kijk, deze vleermuis vliegt daar wel, deze vliegt daar niet. Franjestaart is eigenlijk geen probleem aan het kanaal want die vliegt niet boven het kanaal, maar zet je dan die turbine niet in het bos want dan ga je wel een probleem vormen voor de Franjestaart.
Met dit kan je ook zien van kijk de Watervleermuis vliegt, die komt eerst geleidelijk naar het water. Het is niet direct zonsondergang en die is er. Neen die vliegt eerst wat rond hare boom en in ons onderzoek zien we dan van kijk die vleermuis komt in dit geval, de eerste vleermuis die in de dreef is gezien is om 21u20, er is eentje gezien om 22u30 aan het kanaal maar de meesten zijn pas vanaf 24u aan het kanaal, dus je kan er heel veel dingen uit afleiden van kijk wanneer komt onze vleermuis aan het kanaal? En in functie daarvan kan men een turbine zetten. De turbines zijn ook wel heel sterk geëvolueerd dus er wordt ook rekening gehouden met de vleermuis en we weten nu ook welke factoren van belang zijn voor de vleermuizen. Dat ze wel of niet vliegen. We weten bijvoorbeeld dat als het bijvoorbeeld fel regent of het is heel koud en in de winter ook zeker, en zeker in de winter als ze in winterslaap zijn, dan vliegt ’s nachts eigenlijk in die omstandigheden weinig of geen vleermuizen, kan je ze laten draaien. Dan moet je in de nazomer als ze net op trek zijn naar de mergelgroeven langs het kanaal moet je dat niet doen want dan heb je natuurlijk een grote mixer voor vleermuizen. Overdag laten draaien is daarentegen geen probleem dus eigenlijk met dit is een soort van handleiding of ondersteuning om te zien van kijk als je onderzoek doet voor een windturbine kan je aan de hand van dit rapport interpreteren wat de invloed kan zijn op die vleermuizen en kan je ook uw windturbine erop afstellen. Dat we zeggen van kijk, laat hem later draaien of niet draaien, of die momenten wel en die momenten niet. En dan is het eigenlijk aan de promotors van de windturbine om te zeggen van we vinden het rendabel om hem daar te zetten ja of nee.

Jan Mampaey: Ik heb nog een technisch vraagje. Wat is de foutenmarge met die automatische opnames. Je hebt net al aangegeven dat je daar ook heel wat manueel werk aan moet doen om te verwerken. Kan je dat inschatten van wat is uw foutenmarge. Hoe juist zijn de gegevens?

Wout Willems: U bedoelt in hoeverre dat wij juiste determinaties er op plakken?

Jan Mampaey: Ja

Wout Willems: doordat we ze ook manueel controleren, eigenlijk vrij goed. Met eerder onderzoek hebben we getest van welke soorten vleermuizen opnames haalt hij eruit. En dan blijkt dat de ruis, dus al hetgeen wat niet vleermuis is van sprinkhanen of regendruppels of dergelijke, haalt hij er eigenlijk vrij goed uit, met 99%. En 98 of 99% ook voor de dwergvleermuis dus daar is ie vrij nauwkeurig in. En sowieso hebben we het altijd nog gecontroleerd. Maar de andere soorten, als hij zegt het is een vleermuis, is hij eigenlijk vrij zeker dat het een vleermuis is. Als hij zegt hij vindt vleermuizenpulsen erin, kan je er gerust vanuit gaan dat er vleermuizen in zitten. De soort is meestal maar een suggestie.

Jan Mampaey: Dus als ik het goed begrijp… hoe zeker ben je eigenlijk dat die grote hoefijzerneus daar gepasseerd is?

Wout Willems: De grote hoefijzerneus honderd procent. Die zijn opname is met geen enkele andere soort te verwarren.

Jan Mampaey: Goed, ja prima.

Wout Willems: Die heeft een heel speciaal gevormde neus waardoor ook die pulsen die hij uitstoot helemaal anders zijn. Dus al onze vleermuizen hebben een redelijk steile puls. Een vleermuis die langs vliegt. Iemand die ooit een detector heeft vastgehad weet dat dat plok plok plok klinkt, dus van boven naar beneden. In frequentie valt dat plok plok plok plok. Soms een klein horizontaaltje plooik ploooit, op die manier dus dat geeft een verschillende klank. Dat varieert ongeveer van een 100 à 120 tot heel laag zakken de meeste tussen 40 en 50 kilohertz. Terwijl de Grote hoefijzerneus zit met horizontale balkjes op 70 kHz en dat flinkt fwoot fwoot fwoot fwoot, en dat kun je niet verwarren met iets anders.  Tenzij de Kleine Hoefijzerneus die zit dan 40 kHz hoger, en die is nog zeldzamer. We hebben die ook één keer gehad in 2018, 2019 voor de eerste keer teruggevonden sinds 1977. Dus die komt ook in Vlaanderen voor, maar ook in een reeks met ettelijke duizenden of tienduizenden opnames.

Jan Mampaey: Was die trouwens ook gewoon verdwaald die Grote hoefijzerneus? Was die efkes de taalgrens overgestoken en wist die niet dat dat niet mocht?

Wout Willems: Neen ik zou niet zeggen dat ie verdwaald was, we hebben sowieso de gegevens in de buurt van waar het dier overwintert. Het beestje komt langs op een mogelijke trekroute op een detector die dichtbij de mergelgroeve zit, dus als je het kanaal volgt is het 500 meter of een kilometertje maximum dat het beestje moest vliegen. En Grote hoefijzerneuzen zijn er ook om bekend dat ze regelmatig ver durven zwermen om de boel te verkennen en dan weer terugvliegen. Dus verdwaald, neen maar grote aantellen, ook nee.

Jan Mampaey: Ik ben mijn verhaal daarstraks begonnen dat het Albertkanaal een verbinding is voor vleermuizen. Je hebt dat ook grondig onderzocht. Nu, mijn fundamentele vraag is, zijn er nu inderdaad vleermuizen die van Antwerpen komen? En die overwinteren in de grotten van Riemst? Heb je daar zicht op? Ook misschien buiten dit onderzoek want je hebt je hier nu toegespitst op het onderzoek dat hier gebeurd is, maar gebeurt dat of is het alleen maar zo dat het voor plaatselijke kleine trek is van een plek in Hasselt laat ik zeggen tot in Riemst? Komen ze van ver over het Albertkanaal of is dat maar voor plaatselijk?

Wout Willems: Voor dit onderzoek is dat moeilijk na te gaan. Je hebt daarnet al aangehaald, de dieren zijn niet individueel herkenbaar. We kunnen wel detectoren zetten in Antwerpen en helemaal in Riemst en twee keer Watervleermuis hebben maar je kan niet weten of het dezelfde is dus daar kan je weinig uit opmaken. Maar er is al wel ander onderzoek naar gebeurd onder andere met gezenderde dieren. Dus dieren die gevangen zijn in de Antwerpse forten en die bleken ook wel stukjes van het Albertkanaal te volgen richting zomerverblijf. Dus dan weten we van ze volgen hier stukken. Er zijn ook dieren waarvan we weten ze komen ja van verder, bijvoorbeeld van Nederland. Meervleermuis bijvoorbeeld hebben we teruggevonden in de Antwerpse forten. Daar was iemand die de vleermuis had geringd en er was maar een plaats in Europa waar ze vleermuizen hadden geringd en dat was al in Nederland. We wisten dus perfect welke vleermuis het was en van waar ze kwam. Ze kunnen van ver komen maar alles hangt af van de soort. Dus we weten: een Watervleermuis die vliegt ongeveer een 40 à 50 km maximum naar een overwinteringsplaats, dus de vleermuizen die in Antwerpen vliegen heel waarschijnlijk richting forten en diegenen die in Limburg zitten gaan heel waarschijnlijk richting mergelgroeven en in de Kempen tussenin kunnen ze een beetje kiezen. Dus dat is nog een beetje vaag naar waar ze precies gaan maar dat is ongeveer de afstand voor een Watervleermuis. Als je een Grootoorvleemuis hebt, da’s een beestje dat maar heel lokaal vliegt, meestal maar een paar kilometertjes. Misschien 10 km als het heel veel geweest is maar die gaan geen 30 of 40 km vliegen. Dat beestje moet het dan vaak ook maar doen met wat ie heeft dus dat vliegt niet altijd tot aan de mergelgroeve. Dat vliegt vaak ook maar tot een bunkertje dat niet zo warm is als in de mergelgroeve maar goed, als je niet ver vliegt moogt ge niet kritisch zijn. En dan ziet ge ook dat als je dan wel in de mergelgroeven gaat kijken want daar zitten Grootoorvleermuizen, daar zitten er maar geen massale aantallen, want elke vleermuis die van verder moet komen zit daar ergens in een keldertje of een ijskelderke of een bunkertje in de plaats.

Jan Mampaey: Oké, over bunkertjes gesproken, men is volop bezig met alle bruggen te vervangen boven het Albertkanaal. In andere landen is er ook vastgesteld dat in holtes van bruggen er ook heel wat vleermuizen leven in zomer- of winterverblijf. Enig idee hoe dat hier zit en is dat ook een kans om nu bij de heraanleg van al die bruggen nu daar ook plaatsen te gaan voorzien voor vleermuizen, of is dat niet van toepassing hier in Vlaanderen?

Wout Willems: Daar is bij ons nog maar heel weinig onderzoek naar gedaan dus dat is een beetje experimenteel maar er is eigenlijk maar heel weinig geweten. Nu moet je zien naar het buitenland, er is hier en daar wel al meer onderzoek naar gedaan. Als je in Schotland bijvoorbeeld gaat kijken dan zie je daar massaal veel vleermuizen in die bruggen zitten. Maar als je dan ziet hoe die bruggen er uitzien, dat zijn van die postkaartjes, dat zijn heel mooi natuurstenen bruggen met van die gaten, kieren en spleten en voor de rest liggen die bruggen over kleine beekjes midden in bosgebieden dus ja, daar ga je gemakkelijker vleermuizen krijgen dan bij ons een brug over een autostrade. Dus ik kan ook een brug hebben over een kanaal. Dan zijn ze iets moeilijker te hangen, te controleren natuurlijk. Het is een mogelijkheid, het is altijd een experiment waard maar in Vlaanderen is er nog maar heel weinig onderzoek naar gebeurd.

Jan: Ik denk dat het onderzoek waar ik van had gehoord zich vooral in Australië afspeelde, dus kan je altijd eens kijken hoe dat men dat daar heeft aangepakt.
Als laatste vraag. De vleermuis is dit jaar ook een paar keer in het nieuws gekomen. Vooral omdat ze verdacht werd van een ziekte over te brengen. En ik vraag mij nu af van wat is de impact van de hele corona-pandemie op specifiek dit onderzoek en om het onderzoek van vleermuizen misschien in een iets grotere context. Want ik kan mij voorstellen dat het ook wel in omgekeerde richting wel wat impact gehad heeft.

Wout: Bij dit onderzoek valt het eigenlijk nog wel mee. Dus we hebben denk ik één excursie die we in het voorjaar wilden doen, die is eigenlijk voorlopig uitgesteld. Op de moment dat de corona, de lockdown er aan kwam, was het onderzoek al quasi gedaan dus op die moment stonden de detectoren, dus we hebben gewacht tot de lockdown voorbij was om die te gaan ophalen vandaar dat we ook iets meer en langere gegevens hebben van de omgeving van de mergelgroeve. Maar voor de rest heeft dit voor het onderzoek weinig impact gehad. Voor ander onderzoek is het tijdelijk moeilijker want het voorbije jaar bijvoorbeeld, ik had het al aangehaald, vleermuizen die gezenderd worden en gevolgd, ja kijk als je weet dat mensen covid-19 hebben van een vleermuis uit China, dan ga je niet direct het risico nemen om te zeggen van kijk onze vleermuizen zijn covid19-vrij. En we gaan ze dan maar vastpakken met het risico dat we onze vleermuis besmetten en dat die vleermuizen dan het virus krijgen. Misschien gaat dat virus dan in onze vleermuizen muteren en dan naar ons terugkomen en dan zitten we terug met de miserie. Dus we hebben wijselijk besloten om het afgelopen jaar geen vleermuizen te hanteren. Dus er zijn het afgelopen jaar geen vleermuizen met zenders gevolgd, dus een aantal onderzoeken hebben een aantal beperkingen ondergaan. De wintertellingen, dus elke winter worden ook de vleermuizen geteld die in hun winterverblijven zitten, dus onder andere de mergelgroeven, opschotjes, bunkers, ijskelders, forten enzovoort. Ja dat is dit jaar volledig gecanceld. In Vlaanderen is er nergens een telling doorgegaan. Hetzelfde heeft men gedaan in Nederland, in Groot-Brittannië, in Polen. In Wallonië heeft men nog wel tellingen gedaan waar het kon. Waar men voldoende afstand van vleermuizen kon houden met mondmaskers en heel de boel. Maar wij hebben gewoon gezegd, we spelen op safe, we doen het gewoon niet. We hebben van quasi alle locaties meerdere gegevens, een mooie tijdsreeks van 25 à 30 jaar. Als je daar één jaar tussenuit valt, dat is overbrugbaar, daar gaat nu direct niet gigantisch veel veranderen.

Jan: Oké, goed. Dank je wel. Ik denk dat ik uitgevraagd ben. Hartelijk dank voor je hele uiteenzetting en het antwoord op de vragen. Nog een prettige avond verder.
Ik kan alleen nog zeggen voor de mensen die nu nog aan het kijken zijn. Morgen gaat het over insecten in daktuinen, en op sleedoorn en iepen. Maar wat het verband tussen die laatste twee is, dat kom je morgen wel te weten.

Nog een prettige avond.