De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Kinderopvang

A tot Z (Tips en tricks)

Wennen in de opvang

Vooraleer een opvangkindje start in de opvang, is het aangeraden om een wenperiode in te lassen. Een wenperiode werkt immers preventief tegen stress, angst en wiegendood. Bovendien kan een wenperiode een boost betekenen voor het welbevinden en voor een veilige hechting van het nieuwe opvangkindje.
Ook voor de ouders van het nieuwe opvangkindje, de andere opvangkinderen én de kinderbegeleiders zal de wenperiode een meerwaarde betekenen.

Enkele tips voor het wennen en de wenperiode:

  • Zorg voor een concreet wenbeleid en bespreek dit met de nieuwe ouders.
  • Doe het eerste moment in de opvang samen met één van de ouders zodat het kind, de ouder en de kinderbegeleider elkaar beter leren kennen en kunnen wennen in de nieuwe omgeving.
  • Bespreek met de ouder om de eerste opvangdagen niet te lang te maken, zodat het kindje geleidelijk aan kan wennen aan de nieuwe situatie.
  • Neem voldoende tijd om een stevige vertrouwensrelatie op te bouwen met het kind én de ouder(s).
  • Kijk en luister gericht naar het kind. Zo leer je hem/haar echt kennen en krijg je oog voor de eigenheid van het kind.
  • Maak het kind op een rustig tempo vertrouwd met de nieuwe omgeving door bijvoorbeeld het kind apart te nemen bij het spelen, extra tijd te voorzien om mee te gaan naar de verschillende ruimtes of hem/haar veel te knuffelen.
  • Bied structuur en laat het kind kennismaken met een (vast) dagritme en rituelen.
  • Voorzie een rustige plek waar het kind zich kan onttrekken aan de vele prikkels als hij/zij hier behoefte aan heeft.
  • Stel een peuter voor aan de andere kinderen en laat hen samen spelen. Hierna kun je hem/haar verder wegwijs maken in de groep.
  • Hou er rekening mee dat elk kind anders is. Niet ieder kind voelt zich even snel thuis in de opvang.
  • Laat ouders een foto meebrengen van henzelf en hun huisdieren en hang deze op in de groep, bijvoorbeeld aan een fotomuur of in een familiemap.
  • Laat het kind zijn/haar eigen knuffel of tutje meebrengen.
  • Zorg voor herkenningspunten van thuis zoals geur, muziek, eten, speelgoedje, ...