De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Kinderopvang

A tot Z (Tips en tricks)

Cartoon van gezichtjes die praten

Taalvaardigheid stimuleren

Hoe kun je als begeleider de taalvaardigheid van kinderen bevorderen in de periode dat ze aan jouw goede zorgen worden toevertrouwd?

Let vooral op je eigen houding!

  • Toon grote en oprechte nieuwsgierigheid voor
    • wat er in de kinderen omgaat
    • wat ze aanbrengen en doen
    • waar ze mee bezig zijn.
  • Toon interesse voor kinderen, dit leidt tot gesprekjes waarin je samen met kinderen ervaringen kan uitwisselen.
  • Hoe groter de betrokkenheid = hoe meer ervaringsuitwisseling
    • Kind komt naar je toe met een tekening. Begeleider keert zich naar het kind, maakt oogcontact, zet zich op gelijke ooghoogte en zegt "Amaai, wat heb je hier getekend? Is dit een auto? Wat is dit wat je getekend hebt? …"

De betrokkenheid van de begeleider zal doorslaggevend zijn om een gesprek te voeren waarin het kind zijn verhaal in geuren en kleuren wil vertellen.

  • Toon je betrokkenheid door bijkomende vragen te stellen over wat een kind aanbrengt en motiveer het kind om zoveel mogelijk ideeën zelf te verwoorden.
    "Is er een nieuw neefje in de familie?", "“Wanneer gaan jullie het pasgeboren neefje bezoeken?", "Heb je ook al veel oudere neefjes en nichtjes?"
  • Gebruik taal op een spontane en natuurlijke manier.
  • Praat met kinderen over wat er in hun kinderwereld en daarbuiten gebeurt.
    "Fijn dat je naar dat verjaardagsfeestje mag gaan. Weet je al welk cadeautje je gaat meenemen?", "Wat heb jij de laatste keer dat je jarig was van je vriendinnetje gekregen?"
  • Praat samen over dingen vanuit een grote interesse en betrokkenheid voor het kind.
    " Wat is er precies gebeurd, Anke?", "Oei, wat vervelend. Wat heb je toen gedaan?", "Was er niemand die je kon helpen?", "Hoe kwam het?"
  • Ta(a)lent = spreek kinderen aan op hun talenten, zo is de kans groter dat ze zich willen openstellen om erover te praten.
  • Ga als begeleider voortdurend op zoek naar nieuwe raakpunten en nieuwe invalshoeken in de belevingswereld van kinderen.
    "Ha Lize, ik hoor je net dat liedje van Nosa, Nosa, … neurieën. Wie kent er dit liedje nog? Hoe gaat dat liedje verder? Er hoort ook een dansje bij, weten jullie hoe dat moet?"
  • Wandel rond in de verschillende hoeken en kamers en informeer kort bij de kinderen naar de stand van zaken.
    "Waar zijn jullie allemaal mee bezig?", "Dat ziet er allemaal heel mooi uit.", "Wie is er op dat idee gekomen?"
  • Begin gesprekken het best met een open vraag. Zo krijg je meer informatie waarop je dieper kan ingaan.
    "Wat gaan jullie daarna doen, als jullie werk af is?", "Wat hebben jullie daar allemaal voor nodig?", "Wie van jullie heeft er een idee waar Lotte en An het beste kunnen zitten om hun knutselwerk af te maken?", "Waarom denk je dat dit de beste plek in de opvang is, Thomas?"
  • Zorg ervoor dat kinderen met elkaar overleggen bij problemen of andere zaken.
  • Laat kinderen ervaringen uitwisselen en stimuleer hen hiertoe. Zo kunnen minder taalvaardige kinderen gesprekken voeren met de meer taalvaardige kinderen.
    "Mauro vraagt zich af hoe je groene verf maakt met andere kleuren. Heeft iemand van jullie een idee hoe je groene verf maakt?", "Ja Kato, weet jij het?", "Wil jij het eens even uitleggen aan Mauro?"