De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Kinderopvang

A tot Z (Tips en tricks)

Omgaan met kinderen

Op welke manier ga je best met kinderen om?

  • Spreek kinderen vaak, spontaan en individueel aan.
    Doe dit tijdens de verschillende momenten van de dag (aan de eettafel, tijdens het toiletmoment, tijdens het vrij spel, …)
    Voorbeelden: "Hey Stef, hoe was het op school?", "Emma, jij hebt een mooi armbandje aan.", "Arno, heb je al genoeg gegeten? Ik zie dat je ook nog een lekkere sandwich hebt liggen."

  • Maak uit jezelf oogcontact met het kind.
    Verplaats je op dezelfde ooghoogte dan het kind en blijf het kind aankijken tijdens het gesprek.

  • Stel gerichte vragen aan kinderen en maak gebruik van een open luisterhouding.
    Laat het kind uitspreken, bevestig dat je luistert door te knikken, niet onmiddellijk opdraven met persoonlijke interpretaties en oplossingen, …

  • Geef bevestiging aan kinderen.
    Voorbeelden: een compliment, een schouderklopje, een aai, een knipoog, een dikke duim, …

  • Speel in op wat kinderen zeggen, doen en meebrengen op maat van de leeftijd en de ontwikkeling van het kind.
    Toon interesse in de kinderen, stel vragen, laat hen het meegebrachte tonen, laat hen vertellen over een onderwerp. Probeer eventueel andere kinderen ook te betrekken in het gesprek. Wanneer kinderen bijvoorbeeld vertellen over een activiteit die nog gaat gebeuren, volg dit dan ook op en vraag de kinderen nadien nog eens hoe de activiteit is verlopen.

  • Maak gebruik van creatieve manieren om met kinderen om te gaan.
    Voorbeelden: pluimenbord, ster van de week, duimenpuzzel, een talentenboom, …

  • Steun, stuur en stimuleer kinderen in hun ontwikkeling.
    Sturen wil zeggen dat je grenzen en regels aangeeft aan kinderen. Steunen doe je door te supporteren voor het kind en positieve feedback te geven. Stimuleren houdt in dat je kinderen aanmoedigt om op verkenning te gaan en om zelfstandig naar oplossingen te zoeken zonder deze zelf te geven.

  • Begroet en neem afscheid van ieder kind.
    Voorbeelden: "Hey Isabelle, kom jij vandaag een hele dag? Jij hebt zo een mooi jurkje aan …" en "Dag Sander. Fijn dat je er vandaag bij was. Veel plezier morgen op schoolreis!"

  • Observeer kinderen en reageer als je merkt dat ze zich anders gedragen dan gewoonlijk.
    Een kind is wat stiller dan gewoonlijk, een kind is sneller boos dan gewoonlijk, een kind kijkt een beetje triestig, … Bevraag wat er aan de hand is.

  • Laat emoties van kinderen toe en koppel hier steeds een gesprek aan ter verduidelijking.
    Voorbeeld: een kind wordt boos en loopt stampvoetend weg. Je laat het kind lopen (als het geen gevaar vertoond voor andere kinderen) als het rustig is neem je hem apart en je vraagt naar de reden van de emoties en hoe jullie dit in de toekomst anders kunnen aanpakken.

  • Maak regelmatig contact met kinderen individueel maar blijf het overzicht behouden over de groep.
    Voorbeelden: speel mee met kinderen in de poppenhoek, maar zorg ervoor dat je de rest van het lokaal in je gezichtsveld hebt. Zet je aan een tafel tijdens het eetmoment en spreek de kinderen aan, maar houdt ook overzicht over de andere tafels. Ga van één ruimte naar een andere ruimte en bevraag verschillende kinderen wat ze aan het doen zijn of geef ze een compliment.

  • Speel mee met de kinderen en probeer je in te leven in het spel zonder het spel te remmen.
    Voorbeelden: een gezelschapsspel meespelen, buiten verstoppertje meespelen, rollenspel (Ga je een pannenkoek voor mij maken? Mmm dat is een lekkere!), …

  • Ga respectvol om met kinderen en zet kinderen aan tot respectvol gedrag.
    Voorbeelden: elkaar laten uitspreken, niet vloeken, respectvol taalgebruik, luisteren naar anderen, …