De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Mobilim-subsidie voor verkeersveiligheids- en mobiliteitsprojecten voor onderwijsinstellingen

Besluit van 18 mei 2016

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2016140005 “Overig beleid”
  • actieplan 2016140105 “In uitvoering van het mobiliteitscharter bijdragen aan meer duurzame mobiliteit en (infrastructurele) veiligheid in Limburg, met een maximale verschuiving ten voordele van duurzame vervoermiddelen”
  • actie 2016140422 “De verkeersveiligheid en –leefbaarheid in Limburg verbeteren door informatie, educatie en sensibilisatie van doelgroepen vooral volgens het STOP-principe”;

Overwegende dat de provincie Limburg ervan overtuigd is dat, in het kader van het mobiliteitscharter gesloten met de Vlaamse overheid, dat in werking trad op 1 juli 2013, het belangrijk is om onderwijsinstellingen te stimuleren in het organiseren van systematische verkeers- en mobiliteitseducatie in het bijzonder in het kader van schoolvervoerplannen;

Overwegende dat de provincie Limburg de realisatie van deze projecten dan ook financieel wenst te ondersteunen, overeenkomstig de voorwaarden en de procedure zoals hieronder bepaald;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 15 september 2010 betreffende de subsidiëring van verkeersveiligheids- en mobiliteitsprojecten;

Overwegende dat, mede op vraag van de rechtstreekse partners zelf, i.c. de Limburgse onderwijsinstellingen, de dienst Mobiliteit en Routenetwerken voorstelt om de procedure voor Mobilim-subsidies te vereenvoudigen en efficiënter te laten verlopen;

Overwegende dat het provinciebestuur de scholen maximaal wil ontlasten;
dat een gemeente of stad over de nodige knowhow en het personeel beschikt om een project administratief af te handelen en organisatorisch te leiden en zelfs kan fungeren als projectcoördinator voor een groter overkoepelend project voor verscheidene scholen op haar grondgebied;

Overwegende dat scholen hun verkeersveiligheidsmateriaal en aankoopfirma vrij moeten kunnen kiezen;
 
Overwegende dat het provinciebestuur de scholen meer ruimte wenst te geven om projecten in te plannen en aanvragen sneller wil behandelen;

Overwegende dat de procedure voor de inhoudelijke toetsing van een project eenvoudiger en sneller moet kunnen verlopen;

Overwegende dat het daarom wenselijk en noodzakelijk is om het huidige reglement aan te passen;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 649020/2/0200/2MO1809o “Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Wegen/Sensibilisatie en educatieve ondersteuning van verkeer en mobiliteit” van het provinciebudget en meerjarenplan 2014-2019 (ramingsnummer 2016142296);

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan Limburgse (B) onderwijsinstellingen en hieraan verbonden oudervertegenwoordigingsorganen voor projecten van verkeers- en mobiliteitseducatie.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • Onderwijsinstelling: een erkende instelling met vestiging op het grondgebied van de provincie Limburg (B), die onderwijs aanbiedt aan kleuters, kinderen, jongeren en/of studenten (m.a.w.: kleuter-, lager, secundair, hoger of universitair onderwijs).
  • Oudervertegenwoordigingsorgaan: een orgaan verbonden aan een erkende onderwijsinstelling, dat hoofdzakelijk bestaat uit een vertegenwoordiging van de ouders binnen de onderwijsinstelling, die op gestructureerde wijze actief deelneemt aan het schoolgebeuren zoals ouderraad, oudercomité …
  • Verkeers- en mobiliteitseducatie: gedrags- en ervaringsgerichte educatie die aandacht heeft voor het verkeersgedrag, alsook voor de vervoerswijzekeuze en de verplaatsingsbehoeften en dit volgens het STOP-principe zoals bepaald in het Vlaamse decreet betreffende het mobiliteitsbeleid van 20 april 2009. Deze educatie biedt schoolgaande kinderen en jongeren stapsgewijs de nodige en gepaste educatie, vorming en voorlichting om zich veilig en duurzaam te kunnen verplaatsen en zich verkeersveilig te gedragen. De nadruk ligt daarbij op vaardigheidstraining en attitudeverwerving.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  •  de aanvrager moet beantwoorden aan de begrippen van bovenvermeld artikel 2
  •  de aanvrager moet een onderwijsinstelling of een oudervertegenwoordigingsorgaan zijn
  •  de aanvrager moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project moet inhoudelijk beantwoorden aan de termen en begrippen van bovenvermeld artikel 2
  • de materialen die in het kader van het project aangekocht worden, moeten een goede prijs-kwaliteitverhouding hebben en voldoen aan de geldende kwaliteitsnormen en wettelijke bepalingen (vb. de norm NBN EN 1150 voor o.a. veiligheidsvestjes, het CE-label van de Europese Unie, het label EN 1078 voor volwassenen en EN1080 voor kinderen voor fietshelmen, …); de school moet hierbij zelf nagaan welke de normen conform de vigerende regelgeving zijn
  • het project moet inspelen op actuele vragen, ontwikkelingen en behoeften binnen het verkeersdomein (verkeersveiligheid en/of mobiliteit, bij voorkeur een combinatie van beide)
  • het project heeft een duidelijk thema binnen de verkeersveiligheids- en/of mobiliteitssector
  • het project heeft een voldoende groot draagvlak binnen de onderwijsinstelling (bijvoorbeeld via een participatietraject met leerlingen, leerkrachten, ouders, politie, gemeente …)
  • het project moet zich richten op een specifieke doelgroep
  • het project moet een blijvend effect op de beoogde doelgroep nastreven
  • het project kent een duidelijke afbakening in tijd
  • het project mag nog niet gestart zijn op het moment van de aanvraag
  • het project mag hoogstens 2 keer eerder het voorwerp zijn geweest van een subsidietoekenning via dit subsidiereglement of via eerdere versies van dit reglement; eenzelfde project kan dus maximum 3 keer gesubsidieerd worden via dit reglement of via eerdere versies van dit reglement
  • het project mag niet het voorwerp zijn geweest van een subsidietoekenning via een ander subsidiereglement van de provincie Limburg (B).

Artikel 5: voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project mag nooit voor meer dan 100 % gefinancierd worden.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: indiening van de aanvraag door stad of gemeente

De subsidieaanvraag kan namens de aanvrager door het Limburgse (B) stads- of gemeentebestuur op wiens grondgebied de aanvrager gevestigd is, ingediend worden.

Artikel 7: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet ten laatste 45 schooldagen voor de start van het project worden ingediend.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan enkel op elektronische wijze gebeuren en dit via www.limburg.be/mobilim.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

Artikel 8: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar worden ingediend:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier
  • een projectbegroting met een raming van de inkomsten en uitgaven van het project
  • het schoolvervoerplan, indien er een beschikbaar is voor de onderwijsinstelling.

Bij de elektronische aanvraag geldt het e-mailbericht als ondertekening.

Het aanvraagformulier en het model van de projectbegroting zijn beschikbaar op de bovenvermelde website.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 9: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die buiten de termijn vermeld in artikel 7 werden ingediend, komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De datum van ontvangst bij het provinciebestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 10: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.
De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten/gegevens alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 11: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.
Indien nodig geacht voor de beoordeling van de aanvraag, kan door de dienst Mobiliteit en Routenetwerken van de provincie Limburg een bespreking en een bijsturing van het voorgestelde project met de aanvrager worden gevraagd. Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. De aanvraag wordt slechts verder behandeld na indiening van de gevraagde projectbijsturingen. De ontvangst van deze bijsturingen wordt meteen bevestigd. Wanneer op een schriftelijke vraag tot deze bijsturing of uitnodiging tot bespreking geen antwoord wordt gegeven binnen de vermelde termijn, ziet de aanvrager definitief af van zijn aanvraag tot subsidiëring. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 12: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt rekening gehouden met de datum van ontvangst van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 13: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 30 schooldagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag, of in voorkomend geval vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende documenten/gegevens bedoeld in bovenvermeld artikel 8, of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.
De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 14: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag wordt als volgt bepaald: 90 % van de netto subsidiabele projectkosten.
 
Het toe te kennen subsidiebedrag wordt berekend op basis van de door de aanvrager ingediende raming van projectinkomsten en -uitgaven. Het definitieve subsidiebedrag wordt na de indiening van de nodige documenten ter verantwoording van de aanwending van de toegekende subsidie berekend op basis van de werkelijke projectinkomsten en -uitgaven na de projectuitvoering en nadat aan de voorwaarden van de ondervermelde artikels 17 en 18 werd voldaan. Enkel uitgaven die gedetailleerd bewijsbaar zijn en die officieel boekhoudkundig ingeschreven zijn, worden aanvaard voor de bepaling van het definitieve subsidiebedrag.

De bepaling van de provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde uitgavenelementen. De deputatie zal per aanvraag de niet-subsidiabele uitgavenelementen vaststellen.

Volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • personeelskosten voor personeel in loondienst van de aanvrager
  • cateringkosten
  • alle infrastructuurwerken. Hieronder wordt verstaan: materialen die een vast deel  uitmaken van de schoolinfrastructuur en die nog voor andere doeleinden gebruikt zullen worden, evenals materialen die buiten het private domein van de school (bv. langs de openbare weg, op de stoep …) worden bevestigd en daar definitief verankerd worden (zoals bijvoorbeeld accentpalen).

Artikel 15: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal   5.000,00 euro per aanvraag per school.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 16: wijze van betaling

Indien het toegekende subsidiebedrag lager is dan 1.250,00 euro wordt het bedrag in 1 schijf betaald na de projectuitvoering en nadat de voorwaarden tot betaling van de subsidie en de verplichtingen na de subsidietoekenning vermeld in de volgende artikels zijn vervuld.

Indien het toegekende subsidiebedrag gelijk of hoger is dan 1.250,00 euro wordt het toegekende subsidiebedrag in 2 schijven betaald.

  • Een eerste schijf van 50 % wordt betaald bij de toekenning.
  • Het saldo wordt betaald na de projectuitvoering en nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo en de verplichtingen na de subsidietoekenning vermeld in de volgende artikels zijn vervuld.

Artikel 17: voorwaarden tot betaling van de subsidie of het subsidiesaldo

Indien het toegekende subsidiebedrag in zijn geheel na de projectuitvoering wordt betaald (met andere woorden indien dat bedrag lager is dan 1.250,00 euro), moet binnen een termijn van 40 schooldagen, te rekenen vanaf de door de aanvrager meegedeelde einddatum van het project, een aanvraag tot betaling van de subsidie samen met de volgende documenten worden ingediend:

  • een ingevuld evaluatieformulier, inclusief een gedetailleerde staat van alle inkomsten en uitgaven van het project, namelijk de afrekening van ontvangsten en uitgaven, waarbij een kopie van de facturen,  schuldvorderingen en andere financiële verantwoordingsstukken wordt gevoegd
  • minstens één duidelijke foto per type aangekocht materiaal waarop (voor zover mogelijk) het provincielogo is aangebracht
  • kopieën van alle publicaties (niet limitatief: schoolkrantje, nieuwsbrief, brief aan de ouders, website …) in het kader van het project met vermelding van de provincie Limburg als ondersteunende overheid door gebruik te maken van het provincielogo.

Indien het toegekende subsidiebedrag in 2 schijven wordt betaald (met andere woorden indien dat bedrag gelijk of hoger is dan 1.250,00 euro), moet binnen een termijn van 40 schooldagen, te rekenen vanaf de door de aanvrager meegedeelde einddatum van het project, een aanvraag tot betaling van het saldo samen met de volgende documenten als evaluatiedossier ingediend worden:

  • een ingevuld evaluatieformulier, inclusief een gedetailleerde staat van alle inkomsten en uitgaven van het project, namelijk de afrekening van ontvangsten en uitgaven, waarbij een kopie van de facturen, schuldvorderingen en andere financiële verantwoordingsstukken wordt gevoegd
  • minstens één duidelijke foto per type aangekocht materiaal waarop (voor zover mogelijk) het provincielogo is aangebracht
  • kopieën van alle publicaties (niet limitatief: schoolkrantje, nieuwsbrief, brief aan de ouders, website …) en door de onderwijsinstelling bezorgde persberichten in het kader van het project met vermelding van de provincie Limburg als ondersteunende overheid door gebruik te maken van het provincielogo.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 18: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • in alle door de onderwijsinstelling bezorgde persberichten, publicaties en/of op alle eventuele aangekochte projectgebonden materialen de provincie te vermelden als ondersteunende overheid en hiervoor gebruik te maken van het provincielogo
  • de aangekochte materialen die in het kader van het project aangewend worden, moeten voldoen aan de geldende kwaliteitsnormen en wettelijke bepalingen (vb. de norm NBN EN 1150 voor o.a. veiligheidsvestjes, het CE-label van de Europese Unie, het label EN 1078 voor volwassenen en EN1080 voor kinderen voor fietshelmen  …); de school moet hierbij zelf nagaan welke de normen conform de geldende regelgeving zijn
  • het project binnen de door hem meegedeelde einddatum van het project te realiseren en tijdig de betalingsaanvraag en verantwoordingsdocumenten (als evaluatiedossier) bepaald in bovenvermeld artikel 17 in te dienen.
    Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen bij de dienst Mobiliteit en Routenetwerken met opgave van de reden en de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijnen.

VIII Controle en sancties

Artikel 19: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 20: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 21: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juli 2016.

Artikel 22: opheffings- en overgangsbepalingen

Het reglement “Mobilim-subsidie voor verkeersveiligheids- en mobiliteitsprojecten voor onderwijsinstellingen” van 15 september 2010 wordt hierbij opgeheven.

Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het reglement “Mobilim-subsidie voor verkeersveiligheids- en mobiliteitsprojecten voor onderwijsinstellingen” van 15 september 2010 en die nog in behandeling zijn op 1 juli 2016 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 15 september 2010.
De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 23: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2016-05-18

De provinciegriffier, 
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen