De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te navigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.

Reglement betreffende de subsidiëring van biodiversiteitsprojecten

Besluit van 15 februari 2017
Gewijzigd bij besluit van 19 april 2017 - rechtzetting

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 2017140005 – Overig Beleid
  • actieplan 2017140065 – Evalueren van de status en bescherming van de typische Limburgse soorten
  • actie 2017140225 – Biodiversiteitsprojecten van derden ten behoeve van de biodiversiteit subsidiëren en opvolgen;

Gelet op de diverse beleidsdoelstellingen rond behoud en versterken van de biodiversiteit:

  • het verlies aan biodiversiteit in de provincie te stoppen
  • de strategische Aichi-doelstellingen uit het VN-biodiversiteitsverdrag van Nagoya (2010) te realiseren, namelijk:
    • aanpakken van de onderliggende oorzaken van biodiversiteitsverlies door biodiversiteit te integreren in het beleid en de samenleving
    • verminderen van de rechtstreekse druk op biodiversiteit en promoten van duurzaam gebruik
    • de toestand van de biodiversiteit verbeteren door ecosystemen, soorten en de genetische diversiteit veilig te stellen
    • de voordelen van biodiversiteit en ecosysteemdiensten voor iedereen verbeteren
    • de implementatie verbeteren door participatieve planning, kennisbeheer en kennisopbouw
  • het versterken van de natuurverbindingen in functie van uitwisseling en migratie van planten en dieren
  • de kwaliteit van de diverse landschappen te versterken in evenwicht met economische en toeristische ontwikkelingen via onder andere een gebiedsgerichte aanpak
  • het netwerk met Regionale Landschappen en gemeenten verder uit te bouwen zodat concrete terreinacties, communicatie en monitoring kan worden gerealiseerd
  • de biodiversiteit van het tussengebied te versterken ten behoeve van het behoud van de Limburgse biodiversiteit en de landschappelijke samenhang
  • gemeenten te ondersteunen om een lokaal biodiversiteitsbeleid uit te werken en acties uit te voeren op terrein
  • (Europese) projecten en sensibiliseringscampagnes rond het behoud van biodiversiteit uit te werken
  • de engagementen uit het Limburgse Klimaatplan die gelinkt zijn aan het beschermen van de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten (klimaatadaptatie)
  • ruimte voor water te realiseren in uitvoering van het decreet integraal waterbeleid waarbij waterlopen optimaal ingericht worden voor vrije vismigratie, reductie van wateroverlast, beekstructuurherstel in het buitengebied en herwaardering van stads- en dorpskernen;

Gelet op het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21 oktober 1997) zijn de provincies bevoegd voor de afbakening van en het uitwerken van een beleid rond natuurverbindingen;

Gelet op het Besluit betreffende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen waarbij bermen van provinciale wegen en onbevaarbare waterlopen van tweede categorie ecologisch moeten beheerd worden;

Overwegende dat de gegevensverzameling binnen de Likona-werking wordt opgenomen binnen een groot project rond monitoring van beleidsrelevante soorten in Vlaanderen met het oog op de vertaling naar concrete soortbeschermingsacties;

Gelet op de vaststelling van het reglement “subsidiëring van biodiversiteitsprojecten” door de provincieraad op 19 mei 2008 en gewijzigd op 21 september 2011;

Overwegende dat een actualisering van het bestaande reglement zich opdringt en dat het dan ook wenselijk is het provinciaal subsidiereglement van 21 september 2011 te vervangen door het voorliggende reglement;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de budgetsleutel 649020/2/0381/2MI3801o – “Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Geïntegreerde milieuprojecten/Subsidie biodiversiteit“ van het provinciebudget en meerjarenplan;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan erkende milieu- of natuurverenigingen, gemeenten en andere organisaties voor projecten die een bijdrage leveren aan het behoud van de biodiversiteit in de provincie Limburg (B).

Via dit subsidiereglement worden een geïntegreerde aanpak en samenwerking tussen verschillende organisaties gestimuleerd.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • Biodiversiteit: de variabiliteit onder levende organismen van allerlei herkomst, met inbegrip van onder andere terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waarvan zij deel uitmaken, dit omvat mede de diversiteit tussen soorten, binnen soorten en van ecosystemen (bron: Verdrag inzake het behoud van de biodiversiteit).
  • Duurzaam gebruik: het gebruik van bestanddelen van de biologische diversiteit op een wijze en in een tempo die niet leiden tot achteruitgang van de biologische diversiteit op de lange termijn, aldus in stand houdend het vermogen daarvan om te voorzien in de behoeften en te beantwoorden aan de verwachtingen van de huidige en toekomstige generaties (bron: Verdrag inzake het behoud van de biodiversiteit).
  • Erkende Milieu- en Natuurvereniging: een vereniging die rechtspersoonlijkheid heeft of die aangesloten is bij een koepel met rechtspersoonlijkheid en die op grond van het “besluit van 10 oktober 2003 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de bijzondere regelen inzake de subsidiëring van projecten inzake duurzaam milieu- en natuurbeleid” wordt erkend (Art. 1 §5).
  • Gebiedsvisies: een beschrijving van wat op vlak van natuurbehoud voor een specifiek gebied wordt beoogd.
  • Limburgse soort: een plant- of diersoort die in Vlaanderen significant meer in Limburg voorkomt of waarvan minstens 33 % van de bezette Vlaamse IFBL- of UTM-hokken in Limburg liggen en die de status "met uitsterven bedreigd", "bedreigd" of "kwetsbaar" hebben op een Vlaamse Rode Lijst of opgenomen zijn in een annex van de vogel- en habitatrichtlijngebieden.
  • Regionaal landschap: een duurzaam samenwerkingsverband ingesteld op voorstel van een provincie of drie of meer aaneengesloten gemeenten gericht op overleg en samenwerking met de betrokken doelgroepen ter bevordering van het streekeigen karakter, van natuurrecreatie en natuureducatie, van recreatief medegebruik, van het natuurbehoud en van het beheer, herstel, aanleg en de ontwikkeling van kleine landschapselementen (Art. 54 Natuurdecreet).

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moeten de aanvrager en alle projectpartners aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • als aanvrager een erkende milieu- of natuurvereniging zijn of de aanvraag samen met een erkende milieu- of natuurvereniging als projectpartner indienen
  • geen natuurlijke persoon zijn
  • een bijdrage leveren aan het behoud van de biodiversiteit wat o.a. nagestreefd wordt via het behoud en het beheer van terreinen, studie van en voor het behoud van de biodiversiteit relevante onderwerpen, educatie en/of sensibilisatie rond het behoud van de biodiversiteit
  • voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg.

Projecten waarbij de aanvrager samenwerkt met projectpartners, in het bijzonder met gemeenten of projectpartners die traditioneel minder bij het natuurgebeuren betrokken zijn, krijgen een hogere plaats in de rangschikking bedoeld in artikel 10, §2 van dit reglement.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project aan de volgende inhoudelijke voorwaarden voldoen:

  • het behoud van de biodiversiteit in de provincie Limburg nastreven
  • op het grondgebied van de provincie Limburg uitgevoerd worden of op het grondgebied van de provincie Limburg betrekking hebben
  • in het Limburgs provinciaal biodiversiteitsbeleid passen; dit zal getoetst worden aan de hand van bovenvermelde doelstellingen van het provinciaal beleid, een bijdrage leveren aan het maatschappelijke draagvlak voor het behoud van de biodiversiteit
  • duurzaam zijn
  • voldoen aan de SMART-criteria d.w.z. het project is:
    • specifiek: er wordt duidelijk omschreven wat men wil bereiken (doelstelling) en welke stappen hiervoor nodig zijn (acties)
    • meetbaar: er wordt aangegeven hoe kan bepaald worden dat de doelstelling gehaald werd (indicatoren)
    • aanvaardbaar: de doelstelling is beleidsrelevant en er zijn geen externe factoren die de uitvoering van het project onmogelijk maken
    • realiseerbaar: de voorgestelde acties kunnen met het beschikbare budget en menskracht in het opgegeven tijdsbestek uitgevoerd worden
    • tijdsgebonden: er wordt duidelijk aangegeven wanneer welke actie uitgevoerd wordt.
  • binnen minstens één van de volgende 3 projectcategorieën passen:
    • terreinacties die het behoud of de verbetering van Limburgse soorten en/of hun leefgebieden tot doel hebben; projecten waarvan de acties afgestemd zijn met andere gelijkaardige initiatieven in het gebied en die gekoppeld zijn met bestaande gebiedsvisies krijgen een hogere plaats in de rangschikking bedoeld in artikel 10, §2 van dit reglement
    • educatieve en/of sensibiliserende activiteiten die de terreinacties ondersteunen of een bijdrage leveren aan het maatschappelijke draagvlak voor het behoud van de biodiversiteit; projecten waarvan de communicatie afgestemd is met andere gelijkaardige initiatieven in het gebied krijgen een hogere plaats in de rangschikking bedoeld in artikel 10, §2 van dit reglement
    • inventarisatie of monitoring van Limburgse soorten en het meten van effecten van bepaalde activiteiten op het behoud van de biodiversiteit; projecten waarvan de monitoring afgestemd is met andere gelijkaardige initiatieven in het gebied krijgen een hogere plaats in de rangschikking bedoeld in artikel 10, §2 van dit reglement
  • starten op 1 januari na het jaar van indienen. Uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag werd opgestart worden voltooid.

De deputatie kan per oproep thematische of inhoudelijke accenten leggen. Projecten die zulke accenten bevatten, genieten de voorkeur.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project aan de volgende financiële voorwaarde voldoen:

  • maximaal voor 100 % gefinancierd worden.

Cumulatie met andere subsidies is toegestaan mits dit duidelijk vermeld wordt op het aanvraagformulier.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: termijn, wijze en adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 30 september van het lopende jaar ingediend worden. De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Provinciaal Natuurcentrum
Craenevenne 86
3600 GENK
Tel. 011 26 54 50
E-mail biodiversiteit@limburg.be
Website http://www.pnc.be/biodiversiteit

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moet een volledig ingevuld, gedateerd en ook door alle eventuele projectpartners ondertekend aanvraagformulier ingediend worden, inclusief eventuele bijlagen.
Het aanvraagformulier kan op het adres vermeld in artikel 6 opgevraagd worden of kan van de website van de provincie Limburg worden gehaald.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die buiten de termijn vermeld in artikel 6 werden ingediend, komen in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij het bestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 9: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst van de aanvraag bij het bestuur.
De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten/gegevens alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. De aanvraag wordt niet verder behandeld, zolang de aanvraag niet vervolledigd is met de ontbrekende documenten/gegevens.
Een aanvraag die niet binnen deze termijn vervolledigd wordt, komt in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 10: toetsing op inhoud

§1 De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement en wordt vóór de beslissing over het al of niet toekennen van de subsidie voor advies voorgelegd aan een ambtelijke evaluatiecommissie onder voorzitterschap van de gedeputeerde bevoegd voor Milieu of zijn afgevaardigde of vervanger.

§2 Deze ambtelijke evaluatiecommissie toetst eerst de aanvragen aan de voorwaarden bepaald in artikel 3 en 5 van dit reglement. Vervolgens rangschikt zij de aanvragen middels een scoring op basis van de voorwaarden bepaald in artikel 4 van dit reglement.
Volgende aanvragen zullen in de rangschikking stijgen:

  • aanvragen voor projecten waarbij de aanvrager samenwerkt met verscheidene projectpartners, in het bijzonder met gemeenten of projectpartners die traditioneel minder bij het behoud en de bescherming van de biodiversiteit betrokken zijn
  • aanvragen voor projecten die meer dan één van de 3 projectcategorieën (terreinacties, educatief/sensibiliserend, monitoring) omvatten zoals bepaald in bovenvermeld artikel 4
  • aanvragen voor projecten die thematische of inhoudelijke accenten bevatten die voor de betreffende oproep door de deputatie zijn voorgelegd.

De projecttoetsing gebeurt aan de hand van een beoordelingsformulier. Het model van dit beoordelingsformulier kan op het adres vermeld in artikel 6 opgevraagd worden of kan van de website worden gehaald.
De resultaten van de evaluatie worden samengevat in een evaluatieverslag dat aan de deputatie wordt voorgelegd.

§3 Wanneer dit gevraagd wordt door de ambtelijke evaluatiecommissie moet de aanvrager – al dan niet vergezeld van de eventuele projectpartners - zijn project aan de commissie komen voorstellen en verdedigen.

§4 De deputatie is bevoegd voor de oprichting, samenstelling en ontbinding van de ambtelijke evaluatiecommissie.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de rangschikking en scoring van de projecten zoals bedoeld in artikel 10, §2 van dit reglement en zal aan deze aanvrager wiens aanvraag bij de evaluatie en rangschikking een score behaalde van minstens 50% van de maximumscore gevraagd worden of hij de aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist voor het einde van het jaar waarin de aanvraag werd ingediend of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van deze beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 13: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag varieert naargelang het al dan niet samenwerken door de aanvrager met projectpartners zoals bedoeld in artikel 3 van dit reglement en wordt als volgt bepaald:

  • maximaal 60 % van de totale subsidiabele projectkosten indien de aanvrager niet samenwerkt met één of meer projectpartners
  • maximaal 80 % van de totale subsidiabele projectkosten indien de aanvrager samenwerkt met één of meer projectpartners waarvan geen enkele partner een gemeente is
  • maximaal 90 % van de totale subsidiabele projectkosten indien de aanvrager samenwerkt met één of meer projectpartners waarvan minstens één partner een gemeente is.

Het toe te kennen subsidiebedrag wordt berekend op basis van de door de aanvrager ingediende raming van projectkosten en -inkomsten.
Het definitief subsidiebedrag wordt na de indiening van de nodige documenten ter verantwoording van de aanwending van de toegekende subsidie berekend op basis van de werkelijke projectkosten en -inkomsten na de projectuitvoering en nadat aan de voorwaarden van ondervermelde artikels 16 en 17 werd voldaan. Enkel kosten die gedetailleerd bewijsbaar zijn en die officieel boekhoudkundig ingeschreven worden bij de betrokken organisaties worden aanvaard voor de bepaling van het definitief subsidiebedrag. Facturen komen slechts in aanmerking voor zover de factuurdatum binnen de looptijd van het project valt.
De provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde projectluiken of onderdelen ervan. De deputatie zal per aanvraag de niet-subsidiabele kostenelementen vaststellen.

Volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • btw, indien deze recupereerbaar is.

Artikel 14: maximumsubsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 24.789,00 euro per aanvraag.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 15: wijze van betaling

Indien het toegekende subsidiebedrag lager is dan 1.250,00 euro wordt het bedrag in 1 schijf betaald bij de toekenning aan de aanvrager.

Indien het toegekende subsidiebedrag gelijk is aan of hoger is dan 1.250,00 euro wordt het toegekende subsidiebedrag in 2 schijven betaald aan de aanvrager:

  • een eerste schijf van 50 % van het toegekende bedrag wordt betaald bij de toekenning
  • het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in de volgende artikels zijn vervuld.

Artikel 16: voorwaarden tot betaling

Indien  het toegekende subsidiebedrag lager is dan 1.250,00 euro wordt het subsidiebedrag in zijn geheel bij de toekenning betaald. Hiervoor dient de aanvrager uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarin het project werd gestart de volgende documenten in te dienen:

  • een inhoudelijk rapport met een volledig ingevulde projectfiche waarop aangeduid wordt welke acties werden uitgevoerd en waarop a.d.h.v. de indicatoren aangegeven wordt of de doelstelling gehaald werd; in dit rapport moet ook geduid worden hoe de ondersteuning door de provincie Limburg bij de externe projectcommunicatie kenbaar werd gemaakt zoals bedoeld in ondervermeld artikel 17
  • een financieel rapport met een afrekening van de werkelijke projectontvangsten en -uitgaven
  • een exemplaar van alle in het kader van het project gemaakte documenten (vb. GIS-lagen, formulieren, folders, educatief materiaal, enz.).

Indien het toegekende subsidiebedrag gelijk is aan of hoger is dan 1.250,00 euro wordt er in 2 schijven betaald. Hiervoor dient de aanvrager  uiterlijk op 1juli van het jaar volgend op het jaar waarin het project werd gestart de volgende documenten in te dienen:

  • een inhoudelijk rapport met een volledig ingevulde projectfiche waarop aangeduid wordt welke acties werden uitgevoerd en waarop a.d.h.v. de indicatoren aangegeven wordt of de doelstelling gehaald werd; in dit rapport moet ook geduid worden hoe de ondersteuning door de provincie Limburg bij de externe projectcommunicatie kenbaar werd gemaakt zoals bedoeld in ondervermeld artikel 17
  • een financieel rapport met een afrekening van de werkelijke projectontvangsten en -uitgaven met een kopie van de facturen, schuldvorderingen en andere financiële verantwoordingsstukken
  • een exemplaar van alle in het kader van het project gemaakte documenten (vb. GIS-lagen, formulieren, folders, educatief materiaal, enz.).

Bovenvermelde documenten moeten bezorgd worden op het adres vermeld in artikel 6 van dit reglement.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 17: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • het project uiterlijk 1 juli van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag werd ingediend te voltooien
  • voor alle werken de vereiste vergunningen te verkrijgen
  • het ontvangen subsidiebedrag niet aan te wenden voor reservevorming
  • de documenten bepaald in bovenvermeld artikel 16 tijdig in te dienen
  • de provinciale projectopvolger die voor het project aangeduid wordt door de ambtelijke evaluatiecommissie bedoeld in bovenvermeld artikel 10, of zijn vervanger/afgevaardigde bij aanvang het project- en communicatieplan te bespreken en  halfjaarlijks op de hoogte te brengen van de voortgang van het project
  • zo spoedig mogelijk na de subsidietoekenning een communicatieplan te bezorgen aan de provinciale projectopvolger of zijn vervanger/afgevaardigde
  • in de externe communicatie m.b.t. het project de herkenbaarheid van de provincie Limburg (B) als ondersteunende overheid te waarborgen op de wijze bepaald door de deputatie op het moment van de subsidietoekenning
  • indien er wordt samengewerkt met één of meer projectpartners: met deze projectpartner(s) sluitende afspraken te maken betreffende de projectuitvoering inclusief afspraken over de financiële afwikkeling van het project.

Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging voor één jaar van de bovenvermelde termijn waarbinnen het project voltooid moet worden en van de termijn waarbinnen de documenten bepaald in bovenvermeld artikel 16 ingediend moeten worden. Hiertoe moet de aanvrager een gemotiveerde aanvraag indienen ten laatste 2 maanden voor het einde van de datum van afronding van het project op het adres vermeld in bovenvermeld artikel 6 met opgave van reden en voorziene verlenging.

VIII Controle en sancties

Artikel 18: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Meer bepaald heeft de provincie het recht inzage van de boekhouding van de aanvrager te vragen. Zij moet ook steeds toegang krijgen tot de gebieden waar de vermelde activiteiten ontplooid werden.

Artikel 19: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 20: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 maart 2017, meer specifiek voor de subsidieaanvragen voor 2017.

Artikel 21: opheffings- en overgangsbepalingen

Het “Reglement betreffende de subsidiëring van projecten inzake het behoud van de biodiversiteit” van 22 september 2011 wordt opgeheven met ingang van 1 maart 2017.

Subsidieaanvragen die echter werden ingediend in het kader van het “Reglement betreffende de subsidiëring van projecten inzake het behoud van de biodiversiteit” van 22 september 2011 en die nog in behandeling zijn
op 1 maart 2017 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 22 september 2011. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 22: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2017-02-15

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen

Contactgegevens dienst

Provinciaal Natuurcentrum, Duurzaamheid, Directie Omgeving
Craenevenne 86
3600 Genk

tel. 011 26 54 50
e-mail pnc@limburg.be
http://www.provinciaalnatuurcentrum.be

Het Provinciaal Natuurcentrum is bereikbaar van maandag tot vrijdag van 9 tot 12 u. en van 13.30 tot 17 u.