De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Provinciaal cofinancieringsreglement voor projecten in het kader van Europese programma's

Besluit van 18 december 2013
Gewijzigd: 21 september 2016

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciaal beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling 4: “Eén Limburg”
  • actieplan 2014000027: “Ondersteunen van de projectontwikkeling i.h.k.v. het Europese cohesiebeleid en Europese oproepen”
  • actie 2014000244: “Bijdragen aan een optimale projectuitvoering”;

Gelet op de diverse Europese steunmogelijkheden voor de provincie Limburg, waaronder (maar niet beperkt tot) Doelstelling 2- EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling), ESF (Europees Sociaal Fonds), Interreg A Euregio Maas-Rijn, Interreg A Grensregio Vlaanderen-Nederland, Interreg B Noordwest-Europa en Interreg C Interregionale Samenwerking;

Gelet op de algemene voorwaarden en het toetsingskader van bovenvermelde Europese steunmogelijkheden waaraan projectvoorstellen moeten voldoen;

Overwegende dat het provinciebestuur de deelname van Limburgse (B) projectpromotoren en/of
 –partners aan deze programma’s wil stimuleren, alsook niet-Limburgse projectpromotoren en/of
 –partners die projecten opzetten die volledig of gedeeltelijk ten goede komen aan Limburg;

Overwegende dat een provinciale cofinanciering toelaat om projecten die binnen bovenvermelde diverse Europese steunmogelijkheden kaderen en die een uitvoering of verdieping vormen van het door de provincie gevoerde beleid en/of de provincie toelaten om zich extern te profileren, te ondersteunen;

Overwegende dat de provincie Limburg een vooruitstrevend beleid voert voor wat betreft de toegankelijkheid van het eigen provinciaal patrimonium en wenst dat lokale besturen en privépartners die een provinciale investeringssubsidie ontvangen waar van toepassing een inspanning zouden leveren om de toegankelijkheid van hun infrastructuur te verhogen;

dat geopteerd wordt, waar van toepassing, voor begeleiding door de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) om de subsidieaanvrager te faciliteren, te begeleiden en te ondersteunen gedurende het (ver)bouwen door op regelmatige tijdstippen contacten met de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) in te bouwen;

dat hiertoe, waar van toepassing, een overeenkomst zal worden afgesloten tussen de subsidieaanvrager en de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter);

dat deze begeleiding geen bijkomende kosten impliceert voor de subsidieaanvrager en dat de uitgaven van deze begeleiding gedragen worden door de provincie Limburg in het kader van een subsidie die de provincie Limburg toekent aan de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter);

Overwegende dat het om bovenvermelde redenen aangewezen is over te gaan tot de vaststelling van dit subsidiereglement;

Overwegende dat bij de vaststelling van dit nieuwe reglement de volgende provinciale cofinancieringsreglementen die eerder door de provincieraad werden vastgesteld, opgeheven worden met ingang van 1 januari 2014:

  • het “Provinciaal cofinancieringsreglement Doelstelling 2 Vlaanderen 2007-2013”, vastgesteld bij provincieraadsbesluit van 19 september 2007
  • het "Provinciaal cofinancieringsreglement voor projecten in het kader van diverse Europese oproepen of programma’s (andere dan territoriale samenwerking/Interreg, Doelstelling 2 en PDPO)”, vastgesteld bij provincieraadsbesluit van 21 maart 2012
  • het "Provinciaal cofinancieringsreglement territoriale samenwerking (Interreg)", vastgesteld bij provincieraadsbesluit van 21 december 2011;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op de volgende budgetsleutels:

  • 2014/649020/2/0151/2EU0332n "Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/Europees programmabeheer DS2”;
  • 2014/649020/2/0151/2EU0932n “Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/Europees programmabeheer INTERREG EMR-GVN”;
  • 2014/649020/2/0151/2EU0632n "Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen / Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/Europees programmabeheer andere”;
  • 2014/649020/2/0151/2SA1800n "Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/SALK-Cofinanciering EFRO”;
  • 2014/649020/2/0151/2SA1900n "Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/SALK – Cofinanciering ESF”;
  • 2014/664020/2/0151/2SA1800n "Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/SALK – Cofinanciering EFRO”;
  • 2014/664020/2/0151/2EU0932n "Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/Europees programmabeheer INTERREG EMR-GVN”;
  • 2014/664020/2/0151/2EU0332n "Investeringssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Deelneming aan internationale organisaties en conferenties/Europees programmabeheer DS2”;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget en het financieel meerjarenplan kan de deputatie een subsidie verlenen aan projectpromotoren of –partners in het kader van Europese programma’s.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • Europees programma: een door de Europese Unie goedgekeurd operationeel programmadocument, op voorstel van de beheersautoriteit (dit is de verantwoordelijke instantie voor de uitvoering van het programma) en gebaseerd op een Europese verordening; hierin worden de modaliteiten en voorwaarden en de bijbehorende middelen bepaald.
  • Bevoegd Europees besluitvormingsorgaan: het comité of een ander orgaan dat beslist over de goedkeuring van projectvoorstellen ingediend in het kader van het programma.
  • Bevoegde Europese betalings- en/of certificeringsautoriteit: het orgaan of de instantie die binnen het programma of de oproep verantwoordelijk is voor de controle en de betaling van de Europese steun voor goedgekeurde projecten.
    projecten.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • rechtspersoonlijkheid bezitten
  • projectpromotor of –partner zijn van een project of projectvoorstel in het kader van een Europees programma
  • voldoen aan de voorwaarden bepaald door het betreffende Europese programma waarbinnen het project werd ingediend
  • een postadres op het grondgebied van de provincie Limburg (B) hebben of een aanvraag voor een project indienen met een duidelijke actie in en een meerwaarde voor de provincie Limburg (B)
  • voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van subsidies van de provincie Limburg (B).

Artikel 4: voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project aan de volgende inhoudelijke voorwaarden voldoen:

  • kaderen binnen een Europees programma
  • de deelname van één of meer Limburgse (B) projectpartners opnemen en/of een duidelijke actie uitbouwen in en een meerwaarde zijn voor de provincie Limburg (B)
  • goedgekeurd zijn of worden door het bevoegde besluitvormingsorgaan van het betreffende Europese programma
  • kaderen binnen het door de provincie Limburg (B) gevoerde beleid waarbij subsidieaanvragen worden getoetst aan de hand van de volgende voorkeurscriteria:
    • bijdragen tot de uitvoering van de strategie zoals bepaald in het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK), inzonderheid het V²O principe en de zeshoek
    • een hefboomwerking hebben
    • een meerwaarde betekenen in vergelijking met bestaande voorzieningen en activiteiten
    • een samenwerking tussen verschillende partners (provincies, gemeenten, verenigingen, grensoverschrijdend, …) tot stand brengen
    • een project zijn waarbij de provincie zich extern kan profileren
  • nog niet voltooid zijn op het moment waarop de aanvraag in het kader van dit reglement wordt ingediend
  • nog geen voorwerp zijn of worden van subsidiëring in het kader van een ander lopend subsidiereglement van de provincie Limburg (B)
  • het investeringsproject wordt getoetst aan de mate van toegankelijkheid voor personen met een beperking
  • bij het (ver)bouwen van infrastructuur die toegankelijk is voor het publiek wordt, waar van toepassing, het investeringsproject getoetst aan de mate van toegankelijkheid voor personen met een beperking.

Artikel 5: voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het aandeel in de projectkosten dat de basis vormt voor de subsidiebepaling in het kader van dit reglement aan de volgende financiële voorwaarden voldoen:

  • maximaal voor 85 % via overheidssteun gefinancierd worden; dit betekent dat de aanvrager zelf een minimale inbreng van 15 % van het aandeel in de projectkosten moet doen
  • maximaal voor 100 % gefinancierd worden

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan op de volgende wijze gebeuren:

  • per post
  • afgeven tegen ontvangstbewijs
  • elektronisch.

Elektronische indiening geniet de voorkeur. Bijlagen die bij de aanvraag behoren en die niet elektronisch worden ingediend, mogen eveneens per fax worden ingediend.

Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 1 december van het lopende jaar ingediend worden om in dat jaar in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Dienst Europese en Internationale Samenwerking
Directie Ruimte
provincie Limburg
Universiteitslaan 1
3500 HASSELT
Tel. 011 23 74 15

Websites:

E-mail:

  • doelstelling2@limburg.be voor aanvragen m.b.t. projecten in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling Doelstelling 2
  • interregemr@limburg.be voor aanvragen m.b.t. projecten in het kader van Interreg A Euregio Maas-Rijn
  • interreggvn@limburg.be voor aanvragen m.b.t. projecten in het kader van Interreg A Grensregio Vlaanderen-Nederland
  • europa@limburg.be voor aanvragen m.b.t. projecten in het kader van overige Europese programma’s.

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag aanvraag moet 1 exemplaar van de volgende documenten ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier voor dit reglement
  • een kopie van de volledige aanvraag binnen een Europees programma (inclusief het aanvraagformulier en het kosten- en financieringsplan met een beschrijving van de projectpromotor en –partner(s), een projectomschrijving, de projectlooptijd, de projectdoelstellingen, de projectverantwoording en een begroting van de projectontvangsten en -uitgaven) die voor hetzelfde project binnen het betreffende Europese programma werd ingediend
  • in het geval dat de aanvrager geen postadres op het grondgebied van de provincie Limburg (B) heeft: een gedetailleerd overzicht van de totale subsidiabele projectkosten die in of voor de provincie Limburg (B) worden gemaakt
  • indien het project reeds werd goedgekeurd door het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan: een kopie van de goedkeuringsbrief of van het goedkeuringsbesluit van dat besluitvormingsorgaan
  • indien het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan 25 000,00 euro: de balans en resultatenrekening van de aanvrager van het laatste goedgekeurde rekeningjaar
  • indien de aanvrager een privaatrechtelijke instantie is: de statuten van de aanvrager voor zover de statuten nog niet eerder werden ingediend en deze sindsdien niet meer gewijzigd zijn
  • indien het project geheel of deels de (ver)bouw van infrastructuur betreft en voor zover van toepassing: een kopie van de overeenkomst tussen de aanvrager en de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter), Belgiëplein 1 te 3510 Kermt. Deze overeenkomst bevat afspraken met betrekking tot de tijdstippen waarop de aanvrager een beroep zal doen op de begeleiding van de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter). Een modelovereenkomst kan bij de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) verkregen worden. De vermelde begeleiding door de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) wordt gefinancierd door de provincie Limburg. Voor de aanvrager is deze begeleiding kosteloos.

Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website www.limburg.be/europa of kan op het adres vermeld in artikel 6 opgevraagd worden; online invullen geniet echter de voorkeur.

Bij een elektronische aanvraag geldt het mailbericht als ondertekening.

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die na 1 december van het lopende budgetjaar werden ingediend, komen in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement. De aanvrager zal dan worden gevraagd of hij zijn aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar voor zover dat budgetjaar binnen de looptijd van dit reglement valt. De aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst.

Als datum voor de toetsing geldt:

  • bij indiening per post: de postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij de provincie Limburg (B), Directie Ruimte
  • bij indiening via afgifte tegen ontvangstbewijs: de datum van het door de provincie Limburg (B) verstrekte ontvangstbewijs
  • bij elektronische indiening: de datum van het mailbericht dat als ondertekening van de subsidieaanvraag geldt.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 9: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt de vraag om de ontbrekende documenten alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 10: toetsing aan de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen en aan de voorwaarden waaraan het project inhoudelijk en financieel moet voldoen

De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement.

Indien de provincie Limburg (B) dit nodig acht voor de beoordeling van het project kan zij:

  • de aanvraag voor advies voorleggen aan één of meer eigen of aanverwante diensten/instellingen
  • een bijkomende bespreking van het voorgestelde project met de aanvrager voeren.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning. In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de in bovenvermeld artikel 8 bedoelde datum voor toetsing op tijdigheid van de aanvraag en komen de aanvragen chronologisch in aanmerking.

De aanvrager zal hiervan op de hoogte worden gebracht.

De aanvrager zal ook worden gevraagd of hij zijn aanvraag wenst te behouden voor het volgende budgetjaar voor zover dat budgetjaar binnen de looptijd van dit reglement valt. De aanvraag wordt dan in zijn geheel opnieuw getoetst.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist binnen een termijn van 90 kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of in voorkomend geval vanaf de datum van ontvangst van de ontbrekende documenten bedoeld in bovenvermeld artikel 9, of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal hiervan op de hoogte worden gebracht.

Artikel 13: besluitvorming onder opschortende voorwaarden

De subsidie wordt toegekend onder de volgende opschortende voorwaarde: de goedkeuring van hetzelfde project – ingediend in het kader van het betreffende Europese programma – door het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan verkrijgen, tenzij deze goedkeuring reeds voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag in het kader van dit reglement gebeurde.

In het geval van een slechts gedeeltelijke goedkeuring door, of latere wijzigingsbeslissing van, dit besluitvormingsorgaan wordt ook het subsidiebedrag, dat in het kader van dit reglement door de provincie Limburg (B) werd toegekend, evenredig aangepast.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 14: bepaling van het subsidiebedrag

Het totale overheidssteun mag maximaal 85 % bedragen voor de projectkosten, die hetzij door de aanvrager worden gedragen, hetzij die effectief in of voor de provincie Limburg (B) worden gemaakt, naargelang van het geval en met de volgende beperkingen:

  • voor subsidieaanvragen ingediend in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling – Doelstelling 2: maximaal het niveau van de ontvangen EFRO-steun
  • voor subsidieaanvragen ingediend in het kader van het Europees Sociaal Fonds: maximaal het niveau van de ontvangen ESF-steun
  • voor subsidieaanvragen ingediend in het kader van Interreg A Euregio Maas-Rijn of Interreg A Grensregio Vlaanderen-Nederland: maximaal 25 % van de totale subsidiabele projectkosten die door de aanvrager worden gedragen
  • voor subsidieaanvragen ingediend in het kader van Interreg B Noordwest Europa, Interreg C Interregionale Samenwerking of andere dan de hierboven vermelde programma's: maximaal 15 % van de totale subsidiabele projectkosten die door de aanvrager worden gedragen.

Het toe te kennen subsidiebedrag wordt berekend op basis van hetzij het door de aanvrager ingediende kosten- en financieringsplan behorende bij de aanvraag ingediend in het kader van het betreffende Europese programma, hetzij het bij het aanvraagformulier gevoegde gedetailleerd overzicht van de totale subsidiabele projectkosten die effectief in of voor de provincie Limburg (B) worden gemaakt, naargelang van het geval.

Het definitieve subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de afrekening van de aanvaarde subsidiabele kosten van de aanvrager door het betreffende Europese programma.

Artikel 15: minimumsubsidiebedrag

Indien na toetsing en berekening het subsidiebedrag lager dan 1.250,00 euro is, zal de subsidie niet toegekend worden.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 16: wijze van betaling

Het provincie Limburg (B) betaalt het toegekende subsidiebedrag rechtstreeks aan de aanvrager van de provinciale cofinanciering.

Het toegekende subsidiebedrag wordt in twee schijven betaald.

Een eerste subsidieschijf van 65 % wordt als voorschot betaald:

  • hetzij reeds bij de toekenning van de subsidie, indien bij de subsidieaanvraag een kopie van de goedkeuringsbrief of van het goedkeuringsbesluit van het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan werd gevoegd
  • hetzij pas nadat de voorwaarden tot betaling van het voorschot vermeld in artikel 17 zijn vervuld, indien deze kopie niet bij de subsidieaanvraag werd gevoegd.

Het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in artikel 18 zijn vervuld.

Artikel 17: voorwaarden tot betaling van het voorschot

Zo spoedig mogelijk na de goedkeuring van het project door het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan moet de aanvrager een aanvraag tot betaling van het voorschot indienen samen met een kopie van de goedkeuringsbrief of van het goedkeuringsbesluit van het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan, voor zover deze kopie niet reeds bij de subsidieaanvraag werd gevoegd.

Artikel 18: voorwaarden tot betaling van het saldo

Zo spoedig mogelijk na de projectbeëindiging en na de aanvaarding van de betreffende declaratie(s) in het kader van het Europese programma moet de aanvrager een aanvraag tot betaling van het saldo samen met de volgende documenten indienen:

  • een kopie van de goedkeuringsbrief of -brieven van de Europese betalings- en/of certificeringsautoriteit waaruit de goedkeuring van de betreffende declaratie(s) blijkt
  • een kopie van het inhoudelijke eindverslag zoals ingediend bij het betreffende Europese programma
  • een kopie van het verslag over de eindcontrole door de private stichting Toegankelijk Vlaanderen (Inter) eventueel aangevuld met een verantwoording van de aanvrager waarom niet kon worden voldaan aan de toegankelijkheidsvereisten, voor zover van toepassing.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 19: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich er toe:

  • de goedkeuring van hetzelfde project – ingediend in het kader van het betreffende Europese programma – door het bevoegde Europese besluitvormingsorgaan te verkrijgen, tenzij deze goedkeuring reeds voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag in het kader van dit reglement gebeurde
  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • in de externe communicatie m.b.t. het project de herkenbaarheid van de provincie Limburg (B) als ondersteunende overheid te waarborgen op de wijze bepaald door de deputatie op het moment van de subsidietoekenning
  • indien het project de (ver)bouw(ing) van infrastructuur betreft en voor zover van toepassing: de infrastructuur toegankelijk maken voor mensen met een beperking.

VIII Controle en sancties

Artikel 20: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg (B) te aanvaarden..

Artikel 21: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt, kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen of in voorkomend geval beslissen tot het (gedeeltelijk) niet betalen van de toegekende subsidie.

Verder kan, voor een periode vastgesteld door de deputatie, de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg (B).

De aanvrager zal hiervan op de hoogte worden gebracht.

IX Slotbepalingen

Artikel 22: informatieverstrekking

Aan de provincieraad wordt jaarlijks verslag uitgebracht van alle via dit reglement verstrekte subsidies.

Artikel 23: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2014.

Artikel 24: opheffings- en overgangsbepalingen

  • §1 Het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement Doelstelling 2 Vlaanderen 2007-2013” van 19 september 2007 wordt hierbij opgeheven.

    Subsidieaanvragen die echter werden ingediend in het kader van het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement Doelstelling 2 Vlaanderen 2007-2013” van 19 september 2007 en die nog in behandeling zijn op 1 januari 2014 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 19 september 2007. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

  • §2 Het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement territoriale samenwerking (Interreg)” van 21 december 2011 wordt hierbij opgeheven.

    Subsidieaanvragen die echter werden ingediend in het kader van het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement territoriale samenwerking (Interreg)” van 21 december 2011 en die nog in behandeling zijn op 1 januari 2014 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 21 december 2011. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

  • §3 Het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement voor projecten i.h.k.v. diverse Europese oproepen of programma’s (andere dan territoriale samenwerking/Interreg, Doelstelling 2 en PDPO)” van 21 maart 2012 wordt hierbij opgeheven.

    Subsidieaanvragen die echter werden ingediend in het kader van het reglement “Provinciaal cofinancieringsreglement voor projecten i.h.k.v. diverse Europese oproepen of programma’s (andere dan territoriale samenwerking/Interreg, Doelstelling 2 en PDPO)” van 21 maart 2012 en die nog in behandeling zijn op 1 januari 2014 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 21 maart 2012. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 25: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.

Hasselt d.d. 2013-12-18

De provinciegriffier,
Renata Camps

De voorzitter,
Gilbert Van Baelen

Contactgegevens dienst

Europa, Directie Ondernemen
Universiteitslaan 1
3500 Hasselt

tel. 011 23 74 26
e-mail europa@limburg.be

Openingsuren

Het Provinciehuis is elke werkdag geopend van 9 tot 12 uur en van 13.30 tot 17 uur.