De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strikt noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om in de site te navigeren, of om te voorzien in door jou aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van jouw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker op maat gemaakte reclame en andere informatie te tonen.
Minister Ingrid Lieten samen met een aantal moeder en jonge kinderen

2014-02-10 Ingrid Lieten geeft concrete invulling aan de 4,5 miljoen euro voor kinderarmoedebestrijding

Laatst aangepast dinsdag, 17 mei 2016, 15.44 u.

Tijdens de jongste begrotingsbesprekingen in het najaar van 2013 sleepte minister van Armoedebestrijding Ingrid Lieten 4,5 miljoen euro in de wacht voor een structurele  verankering van het lokale kinderarmoede bestrijdingsbeleid.

Drie jaar geleden zette Ingrid Lieten de strijd tegen kinderarmoede hoog op de politieke agenda met een Vlaams Actieprogramma Kinderarmoede. Naast dit Vlaamse beleid was er ook grote nood aan lokale initiatieven, dicht bij de mensen, om kinderarmoede terug te dringen. Ingrid Lieten lanceerde gedurende drie jaar een jaarlijkse projectoproep om lokale kinderarmoedeprojecten te ondersteunen. Na drie jaar experimenteren worden nu de steden en gemeentes die het hardst getroffen worden door kinderarmoede, structureel ondersteund. Ingrid Lieten: “Ze kunnen vanaf nu rekenen op een stevige ondersteuning vanuit Vlaanderen om  kinderarmoede op het terrein aan te pakken, niet meer voor één jaar, maar op permanente basis.”

Op basis van een reeks indicatoren die de kinderarmoede op het grondgebeid in kaart brengen, werden steden en gemeenten geselecteerd die in aanmerking komen voor recurrente ondersteuning vanuit Vlaanderen voor een globaal bedrag van 4,5 miljoen euro.

De Vlaamse regering heeft ervoor gekozen de middelen gericht in te zetten bij de gemeenten waar de problematiek het hoogst is. De gemeenten die in aanmerking komen, zijn bepaald op basis van een korf van zeven indicatoren die het risico op kinderarmoede in een gemeente bepalen.

Bij de selectie van de indicatoren is de focus gelegd op jonge kinderen van nul tot en met drie jaar. De indicatoren geven zowel het armoederisico op een bepaald domein weer (inkomen, onderwijs, arbeid) als de aanwezigheid van bepaalde risicogroepen in de gemeente (zoals eenoudergezinnen of kinderen die opgroeien in gezinnen waarvan de ouders geen werk hebben).
Op basis van de beschikbare cijferreeksen zijn indicatoren gebruikt: een overzicht van de indicatoren per gemeente is terug te vinden op de website van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (www.vlaanderen.be/svr).

“Er wordt van de gemeenten verwacht dat ze een lokaal netwerk kinderarmoede opstarten waar alle lokale actoren bij betrokken worden. Het is de bedoeling dat er wordt afgestemd en er dus geen overlap of lacunes zijn. Met dat netwerk moeten de gemeentes een batterij aan heel concrete acties gaan ontwikkelen in de strijd tegen kinderarmoede”, zegt Ingrid Lieten. “Daarnaast is het belangrijk dat de gemeentes twee belangrijke vuistregels in acht nemen. Werken aan kinderarmoede is werken aan de situatie van het hele gezin en effectief armoede bestrijden moet je doen samen met de mensen in armoede.”

Gemeenten kunnen op hun grondgebied acties rond kinderarmoede ontwikkelen op alle diverse beleidsdomeinen (werk, huisvesting, gezondheid, opvoeding, onderwijs, vrije tijd, ...), aanvullend aan het reguliere beleid.

“We denken aan acties rond huiswerkbegeleiding, taalstimulering, kwalitatieve huisvesting, kinderopvang en integrale gezinsondersteuning. Op die manier zal er lokaal langdurig en intensief kunnen gewerkt worden aan het bestrijden van kinderarmoede waarbij uiteraard niet alleen de kinderen maar heel het gezin mee uit de armoede wordt getild”, zegt Ingrid Lieten.

Prikbord